Poetry International Poetry International
Poem

Simone Atangana Bekono

IV

IV

IV

Gezang van het koor kleeft aan de voeten van de priester
hij is koortsachtig aan het dansen
het huis wikkelt zich om hem heen
zijn benen verkrampen
alle andere hoofden in de ruimte zijn gebogen
 
Alle zwarte mensen identificeren zich met gebroken mensen
alle zwarte mensen identificeren zich met verlaten mensen
alle zwarte mensen zijn crimineel
 
Negeer de sneltrein in Hong Kong richting Mong Kok
de twee mensen die je van de vonkende rails wegtrekken
de tramlijn die bergopwaarts gaat en takken opslokt
ijle lucht tussen Chinese bergen en vliegtuigvleugels 
de reis tegen de rotatie van de aarde in
 
Negeer het dak van het gebouw dat naar je fluistert
dat je dichter bij de rand moet gaan staan, de rand die fluistert
dat je over die rand moet kijken, de straat die wenkt met
duizend polsen geplakt op autobumpers, dunne vingers van licht
die zich om je ribben krullen om je naar beneden te trekken
en een zacht gefluister
 
Alle mensen bestaan niet
alle zwarte mensen identificeren zich met verlaten mensen 
en alle zwarte mensen bestaan niet
 
Negeer de enorme, strak staande blaren op je buik, achterin de auto,
krijsend van de pijn op weg terug naar Nederland want onderweg zijn,
je ziel verplaatsen, is accepteren dat je tijdelijk niet bestaat
en dus bestaat de pijn ook niet
 
Het lichaam zwelt langzaam op en wordt zwaarder
vergeet de eerste keer dat je beseft dat je niet meer van de bank naar de wc kan lopen,
de tien verdwenen kilo’s na een half jaar op bed, de Olympisch kampioen figuurschaatsen
die over je beeldscherm zwabbert terwijl je in een po plast
 
Want elke vorm van zelfhaat is complex en individueel
alle zwarte mensen bestaan niet
alle zwarte mensen is een combinatie van woorden
die bij je tanden begint en zich als rekbare latex
langzaam over je lichaam trekt
tot het ademloos en krakend op de grond ligt,
ontdaan van iedere vorm van menselijkheid
het is een dunne laag maar hij maakt mij onherkenbaar
onleefbaar, steeds boller en zwaarder
een volle emmer water in het midden van een zwembad
 
Dus vergeet heel 2005
vergeet de auto’s in Napels en de slagtanden van hun bestuurders
de Somalische tassenverkoper in Rome die verscheen en weer verdween
de muzikant in Montpellier die naar het geboortedorp van je vader leek te ruiken 
de vrouw in de supermarkt die zich langs je moeders borst boog en hard in je wang kneep
 
Vergeet de druk van het aardse leven op je borstkas om vier uur ’s ochtends,
zwetend van een onherleidbare angst terwijl minuten als spinnen over je lichaam kruipen
alle zwarte mensen is een vergane kunstvorm waar slechts enkelen naar terugverlangen
een onoplosbaar conflict
 
Ik moet drie uur lang in een rolstoel zitten en zelfs dat is vermoeiend
alle zwarte mensen zitten op een bankje en dat is vermoeiend
alle zwarte mensen kijken in bed naar de Oscars, zwarte mensen zitten in de metro
zwarte mensen maken hun lichamen kleiner met groot haar en kleine telefoons
en dat is vermoeiend
 
De stad vergt inspanning
het dorp is een conflictgebied
de weidse natuur een reflectie in mijn achteruitkijkspiegel
zijn we al op vakantie, vroeg ik
waarom heb je me geen antwoord gegeven?
alle zwarte mensen zitten aan zee, op vakantie hun kont in het zand
en zelfs dat is vermoeiend
Close

IV

Gezang van het koor kleeft aan de voeten van de priester
hij is koortsachtig aan het dansen
het huis wikkelt zich om hem heen
zijn benen verkrampen
alle andere hoofden in de ruimte zijn gebogen
 
Alle zwarte mensen identificeren zich met gebroken mensen
alle zwarte mensen identificeren zich met verlaten mensen
alle zwarte mensen zijn crimineel
 
Negeer de sneltrein in Hong Kong richting Mong Kok
de twee mensen die je van de vonkende rails wegtrekken
de tramlijn die bergopwaarts gaat en takken opslokt
ijle lucht tussen Chinese bergen en vliegtuigvleugels 
de reis tegen de rotatie van de aarde in
 
Negeer het dak van het gebouw dat naar je fluistert
dat je dichter bij de rand moet gaan staan, de rand die fluistert
dat je over die rand moet kijken, de straat die wenkt met
duizend polsen geplakt op autobumpers, dunne vingers van licht
die zich om je ribben krullen om je naar beneden te trekken
en een zacht gefluister
 
Alle mensen bestaan niet
alle zwarte mensen identificeren zich met verlaten mensen 
en alle zwarte mensen bestaan niet
 
Negeer de enorme, strak staande blaren op je buik, achterin de auto,
krijsend van de pijn op weg terug naar Nederland want onderweg zijn,
je ziel verplaatsen, is accepteren dat je tijdelijk niet bestaat
en dus bestaat de pijn ook niet
 
Het lichaam zwelt langzaam op en wordt zwaarder
vergeet de eerste keer dat je beseft dat je niet meer van de bank naar de wc kan lopen,
de tien verdwenen kilo’s na een half jaar op bed, de Olympisch kampioen figuurschaatsen
die over je beeldscherm zwabbert terwijl je in een po plast
 
Want elke vorm van zelfhaat is complex en individueel
alle zwarte mensen bestaan niet
alle zwarte mensen is een combinatie van woorden
die bij je tanden begint en zich als rekbare latex
langzaam over je lichaam trekt
tot het ademloos en krakend op de grond ligt,
ontdaan van iedere vorm van menselijkheid
het is een dunne laag maar hij maakt mij onherkenbaar
onleefbaar, steeds boller en zwaarder
een volle emmer water in het midden van een zwembad
 
Dus vergeet heel 2005
vergeet de auto’s in Napels en de slagtanden van hun bestuurders
de Somalische tassenverkoper in Rome die verscheen en weer verdween
de muzikant in Montpellier die naar het geboortedorp van je vader leek te ruiken 
de vrouw in de supermarkt die zich langs je moeders borst boog en hard in je wang kneep
 
Vergeet de druk van het aardse leven op je borstkas om vier uur ’s ochtends,
zwetend van een onherleidbare angst terwijl minuten als spinnen over je lichaam kruipen
alle zwarte mensen is een vergane kunstvorm waar slechts enkelen naar terugverlangen
een onoplosbaar conflict
 
Ik moet drie uur lang in een rolstoel zitten en zelfs dat is vermoeiend
alle zwarte mensen zitten op een bankje en dat is vermoeiend
alle zwarte mensen kijken in bed naar de Oscars, zwarte mensen zitten in de metro
zwarte mensen maken hun lichamen kleiner met groot haar en kleine telefoons
en dat is vermoeiend
 
De stad vergt inspanning
het dorp is een conflictgebied
de weidse natuur een reflectie in mijn achteruitkijkspiegel
zijn we al op vakantie, vroeg ik
waarom heb je me geen antwoord gegeven?
alle zwarte mensen zitten aan zee, op vakantie hun kont in het zand
en zelfs dat is vermoeiend

IV

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère