Poetry International Poetry International
Gedicht

Ewa Lipska

NEWTON\'S ORANGE: INFINITY

They already were.

They fight a losing battle of dates.
Blurred. Surly clouds in the background.

In the Theater Hollywood
a train of abandoned chairs whistles.

The remains of films
still breathe through the screen’s lips.

“But Venice means happiness’s burial
ground to me so much that I don’t feel up
to returning”—wrote Marcel Proust.

We just are.

In love’s globalization
we succumb to sensuous market forces.
Speculative fireworks.
The corrupt bed linens of Shakespeare
in the national theater.

A city of muscular stadiums
sticks to us.

A pirated copy of welfare.

A wilted rose’s penitence
doesn’t tell us anything yet.

Arrhythmia of infinity.
Gigabytes of memory.

At dawn
a bigoted breeze shivers.

Norton antivirus software
scans our lungs.

All around
the broken glass of frost.

You are yet to be.

On a balcony a woman
a cloud resembling a kiss.

New Year’s Eve night is trembling.

The twenty-second century.
The twenty-third century.
The twenty-fourth century.

We are connected by
a dye works of sunrises and sunsets.
A polishing shop of magic, words and fire.

They divide us forever.

DE SINAASAPPEL VAN NEWTON: ONEINDIGHEID

Zij waren er al.
 
Zij staan op verloren data.
Onduidelijk. Op de achtergrond bitse wolken.
 
In de bioscoop Hollywood
fluit de trein van verlaten stoelen.
 
Een restje film
ademt nog door de mond van het filmdoek.
 
“Maar Venetië is mij zo zeer
een kerkhof van geluk, dat ik geen kracht heb
om ernaar terug te keren” – schreef Marcel Proust.
 
Wij zijn er.
 
In globalisatie van de liefde
geven we toe aan de zinnelijke rechten van de markt.
Speculatief kunstvuur.
 
Gecorrumpeerde lakens van Shakespeare
in het Nationale Theater.
 
Aan ons kleeft de stad
van gespierde stadions.
 
Een illegale kopie van welvaart.
 
Nog zegt  het berouw
van een verwelkte roos ons niets.
 
Aritmie van eindeloosheid.
Geheugengigabytes.
 
In de morgen
de trilling van een kwezelachtige bries.
 
Het antivirus Norton
scant onze longen.
 
Rondom
glasscherven van rijp
 
Jullie nog komen.
 
Op het balkon een vrouw
de wolk dichtbij een kus.
 
De oudejaarsnacht trilt.
 
De twee-en-twintigste eeuw.
De drie-en-twintigste eeuw.
De vier-en-twintigste eeuw.
 
Ons verbinden
de ververij van de opkomende en ondergaande zon
de slijperij van de magie van woorden en vuur.
 
Scheiden ons voor altijd.

POMARAŃCZA NEWTONA NIESKOŃCZONOŚĆ

Oni już byli.

Stoją na straconych datach.
Niewyraźni. W tle opryskliwe chmury.

W kinie Hollywood
gwiżdże pociąg opuszczonych krzeseł.

Resztka filmu
oddycha jeszcze przez usta ekranu.

„Ale Wenecja tak bardzo jest dla mnie
cmentarzem szczęścia, że nie mam siły
do niej powrócić” – pisał Marcel Proust.

My właśnie jesteśmy.

W miłosnej globalizacji
ulegamy zmysłowym prawom rynku.
Spekulacyjnym ogniom sztucznym.
Skorumpowanej pościeli Szekspira
w narodowym teatrze.

Przykleja się do nas miasto
muskularnych stadionów.

Piracka kopia dobrobytu.

Jeszcze nie mówi nam nic
skrucha zwiędniętej róży.

Arytmia nieskończoności.
Gigabajty pamięci.

Nad ranem
dygocze bigoteryjny wietrzyk.

Skanuje nasze płuca
antywirus Norton.

Wokół
stłuczone szkło szronu.

Wy dopiero będziecie.

Na balkonie kobieta
chmura zbliżona do pocałunku.

Drży noc sylwestrowa.

Dwudziesty drugi wiek.
Dwudziesty trzeci wiek.
Dwudziesty czwarty wiek.

Łączy nas
farbiarnia wschodów i zachodów słońca
szlifiernia magii słów i ognia.

Dzieli nas na zawsze.
Close

DE SINAASAPPEL VAN NEWTON: ONEINDIGHEID

Zij waren er al.
 
Zij staan op verloren data.
Onduidelijk. Op de achtergrond bitse wolken.
 
In de bioscoop Hollywood
fluit de trein van verlaten stoelen.
 
Een restje film
ademt nog door de mond van het filmdoek.
 
“Maar Venetië is mij zo zeer
een kerkhof van geluk, dat ik geen kracht heb
om ernaar terug te keren” – schreef Marcel Proust.
 
Wij zijn er.
 
In globalisatie van de liefde
geven we toe aan de zinnelijke rechten van de markt.
Speculatief kunstvuur.
 
Gecorrumpeerde lakens van Shakespeare
in het Nationale Theater.
 
Aan ons kleeft de stad
van gespierde stadions.
 
Een illegale kopie van welvaart.
 
Nog zegt  het berouw
van een verwelkte roos ons niets.
 
Aritmie van eindeloosheid.
Geheugengigabytes.
 
In de morgen
de trilling van een kwezelachtige bries.
 
Het antivirus Norton
scant onze longen.
 
Rondom
glasscherven van rijp
 
Jullie nog komen.
 
Op het balkon een vrouw
de wolk dichtbij een kus.
 
De oudejaarsnacht trilt.
 
De twee-en-twintigste eeuw.
De drie-en-twintigste eeuw.
De vier-en-twintigste eeuw.
 
Ons verbinden
de ververij van de opkomende en ondergaande zon
de slijperij van de magie van woorden en vuur.
 
Scheiden ons voor altijd.

NEWTON\'S ORANGE: INFINITY

They already were.

They fight a losing battle of dates.
Blurred. Surly clouds in the background.

In the Theater Hollywood
a train of abandoned chairs whistles.

The remains of films
still breathe through the screen’s lips.

“But Venice means happiness’s burial
ground to me so much that I don’t feel up
to returning”—wrote Marcel Proust.

We just are.

In love’s globalization
we succumb to sensuous market forces.
Speculative fireworks.
The corrupt bed linens of Shakespeare
in the national theater.

A city of muscular stadiums
sticks to us.

A pirated copy of welfare.

A wilted rose’s penitence
doesn’t tell us anything yet.

Arrhythmia of infinity.
Gigabytes of memory.

At dawn
a bigoted breeze shivers.

Norton antivirus software
scans our lungs.

All around
the broken glass of frost.

You are yet to be.

On a balcony a woman
a cloud resembling a kiss.

New Year’s Eve night is trembling.

The twenty-second century.
The twenty-third century.
The twenty-fourth century.

We are connected by
a dye works of sunrises and sunsets.
A polishing shop of magic, words and fire.

They divide us forever.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère