Poetry International Poetry International
Dichter

Ann Jäderlund

Ann Jäderlund

Ann Jäderlund

(Zweden, 1955)
Biografie
Ann Jäderlund sluit in haar poëzie veelvuldig aan bij andere teksten en kunstuitingen.  Ze gebruikt flarden uit de Europese literatuur, zoals ‘vandaag ben je gestorven of het gisteren was’, een echo van de aanvangszin uit L´Etranger van Albert Camus. Haar poëzie steunt op psychologische en filosofische opvattingen (o.a. Freud en Hume) en ze wil trage Iraanse filmtaal in woorden vatten. Ze verwerkt poëtische beelden van religieuze geschriften als de Bijbel en de Veda’s, inspireert zich op beeldende kunst, speelt met verzen uit schlagers en drukt verbijstering uit bij krantenberichten. Met die intertekstuele aanpak schrijft ze zich in een brede culturele context in, maar toont ze zich ook een exponent van de Zweedse geëngageerde literatuur. 
Haar poëtische methode bestaat uit het scheppen van chaos scheppen met wisselende vervreemdingstechnieken. Jäderlund verdraait oudere teksten, stapelt barokke beelden of onbegrijpelijke beweringen op elkaar, concretiseert op een naïeve manier abstracte verschijnselen, combineert verschillende semantische velden: ‘blikken poederen de hemel roze’. Ze schept neologismen en gebruikt een syntaxis die soms op de rand van het ongrammaticale balanceert. Het resultaat is ‘een vreemde combinatie van eenvoud en complexiteit’, aldus dichteres en critica Anna Hallberg.

Deze eenvoud en complexiteit komt tot stand in een steeds pessimistischer wordende visie op mens en maatschappij en met een sterk besef van dood en vergankelijkheid. De gedichten stellen vragen over goed en kwaad: ‘Waarom zijn we niet in het paradijs?’ en onderzoeken mogelijkheden om desperate situaties te veranderen: ‘Men kan/ van plaats verwisselen. Maar/ niemand die het doet. De/ atomen zelf kunnen wel/ van plaats verwisselen. En/ alles zelf.’ Maar ze hebben geen ander antwoord dan wanhoop, weggestopt achter wrange humor: ‘Wie onthoofd was kreeg kop/en ziel terug. En degenen die elkaars handen hadden afgehakt/ kregen ze terug. En de duivel die hen had verleid/ werd op een stok opgebrand. En wie niet ingeschreven was/ in het boek des levens werd nu voor altijd. Daarin ingeschreven.’
© Lisette Keustermans (Translated by Michele Hutchison)
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère