Poetry International Poetry International
Gedicht

Rachel Long

RED HOOVER

RODE STOFZUIGER

Hij was belachelijk knap. En nog Nigeriaans ook
− hoewel Mam niet lijkt te kunnen beslissen of dit iets goeds is
of iets vreselijks. Ik zocht zijn foto op op Internet, liet hem haar zien.
Ze besloot, on the spot, dat zijn Nigeriaans zijn iets goeds was.
Het was niet moeilijk om op Internet zijn foto te vinden
want hij was acteur. Ik had hem in een theater ontmoet.
Hij had net een cheque van £ 3000 gekregen voor zijn verdiensten
als Nigeriaanse acteur. Het was een heel hete zomer.
Ik droeg een korte zwarte jumpsuit van mijn zus,
en had een blazer mee – dé look voor een serieus stuk.
Hij bood me een drankje aan. Natuurlijk
zei ik dat ik dat liever zelf betaalde, en toen hij aandrong
zei ik oké alsof het aannemen ervan me behoorlijk slecht uitkwam.
Toen onze drankjes op de bar stonden te glinsteren
in de rood gedoekte hitte, gaf hij de barman zijn cheque.
Ha ha ha, zei de barman. Ha ha ha, zei ik.
Dus, de belachelijk knappe Nigeriaan was een grapjas. 

Tijdens mijn lunchpauze vond ik een bankje bij een galerie
en belde hem. We draaiden eromheen. Ik wilde dat hij me mee uit vroeg.
Waarom vroeg hij me niet? Mam begon naar hem te vragen,
waar is die knappe Nigeriaan? Zeg me niet
dat je het nu al hebt verpest. 

De tweede keer ging ik languit op bed liggen,
zette mijn benen tegen de muur – de kou hielp tegen de zenuwen.
Het was een kort belletje want er belde of klopte iemand aan.
Oké zei ik alsof het me totaal niet slecht uitkwam.
Ik liet mijn benen langs de muur omlaagglijden. 

Een week later stond ik in zijn huiskamer;
ik droeg mijn jas, of die hing over mijn arm, en had mijn schoenen nog aan.
Hoe dan ook, we stonden op het punt om te gaan, of waren net terug
en hij had nog niet gezegd, Hier, laat mij je jas aannemen
of, Wil je je schoenen uitdoen.
Hij raasde door het hele huis.
Naar boven en weer naar beneden, als een dolle.
Hij liet het bad vollopen, en toen weer leeglopen.
Enkel om het opnieuw te vullen. Hij dook een kast in
en trok een stofzuiger tevoorschijn. Een rode stofzuiger.
Hij begon overal te stofzuigen,
Hij stofzuigde zelfs het plafond.
Hij liep zomaar tegen de muur omhoog
en keek, terwijl hij dat deed, over zijn schouder,
naar waar ik stond, op de grond, en zei,
dit duurt niet lang, ik moet alleen even − 

Toen ik het Mam vertelde, schudde ze lachend haar hoofd −
suiker en azijn. Hij is gek; ze haalde haar schouders op,
God laat je zien dat het niks zou worden omdat
hij geen rust in zijn kont heeft. Zonde, zo’n knappe man…
Nigerianen, ze zucht, daar is ook altijd wat mee. 

Ik zocht hem nog wel eens op op internet.
Gewoon, om op de hoogte te blijven van zijn toneelrollen, de BBC-drama’s.
Toen stopte ik ermee. Jarenlang dacht ik niet aan hem.
Oké, soms, maar op een luchtige, grijnzende manier;
speels, zonder hartzeer. Waarom zou het ook zeer doen?
Maar toen, ik keek die avond in bed een matige verfilming
op mijn laptop – loopt de belachelijk knappe Nigeriaan opeens
door het beeld. Zijn naam ontsnapt mijn lippen;
half gefluisterd, half gefloten. Ik zeg het zoals damn. Ik zeg het zoals,
man, waar heb jij gezeten? Hij heeft een paar zinnen en dan
wordt hij neergestoken in een straat die ik herken
omdat ik er lang geleden eens doorheen danste.
Lang voordat ik hem in dat theater ontmoette,
met zijn opgevouwen cheque in zijn broekzak.
Ik denk terug aan onze twee ongemakkelijke telefoontjes
en aan hoe hij het plafond stofzuigde
en lach hardop in mijn kussen
terwijl hij doodbloedt.

RED HOOVER

He was ridiculously good-looking. He was even Nigerian
− though Mum flits between this being a good thing in people
and the worst. I pulled his photo up on the Internet, showed her.
She decided, on the spot, his Nigerianess was a good thing.
It was easy to pull his photo up on the Internet
because he was an actor. I’d met him in a theatre.
He’d just been awarded a £3000 cheque
for being a Nigerian actor. It was a very hot summer.
I wore a black playsuit belonging to my younger sister,
but carried a blazer – for a look that said: serious play.
He offered to buy me a drink. Of course
I said I’d prefer to buy my own, and when he insisted
I said OK like it was quite inconvenient for me to agree.
When our drinks were on the bar and glistening
in the red-curtained heat, he handed the barman his cheque.
Ha ha ha, said the barman. Ha ha ha, I said.
So, the ridiculously good-looking Nigerian had jokes.

On my lunchbreak, I found a bench outside a gallery
to call him. We were awkward. I wanted him to ask me out.
Why wasn’t he asking me out? Mum began asking after him,
where’s that good-looking Nigerian? Don’t tell me
you’ve ruined it already.

The second time, I spread out on my bed,
swung my legs up the wall – cold and good for my nerves.
It was a short call because someone was calling or knocking.
OK I said like it was of no inconvenience whatsoever.
I slid my legs back down the wall. 

A week later, I was standing in his living room
wearing my coat, or it was over my arm, my shoes still on.
Either, we were just about to go out, or I’d just arrived
and he hadn’t yet said, Here, let me take your coat
or, Please, take off your shoes.
He was running all over the house.
Upstairs then down, zooming around.
He was running a bath, then letting the water out.
Only to fill it back up. He ducked into a cupboard
and yanked a hoover. A red hoover.
He began hoovering everywhere,
he even hoovered the ceiling.
He just walked up the wall
and as he did, looked over his shoulder,
at me on the floor and said,
this won’t take long, I just have to −

When I told Mum, she shook her head, laughed −
half lemon, half sugar. He’s crazy, she shrugged,
God’s showing you it won’t work out because
he’s all over the place. Shame, that good-looking man…
Nigerians, she sighed, always into something.

I’d still look him up on the Internet sometimes.
Just to keep up to date with his plays, the BBC dramas.
Then I stopped. For years I didn’t think of him.
OK, perhaps, but in a loose and smirking way;
playful, no serious pining. What was there to pine really? 
Then, in bed one night, watching an OK adaptation
on my laptop, the ridiculously good-looking Nigerian
walks across the screen. His name escapes my mouth;
half sigh, half whistle. I say it like damn. I say it like,
man, where have you been?  He has a few lines
then he’s stabbed on a street I recognise
having danced down a long time ago.
Long before I met him at that theatre,
with his cheque folded into his pocket.
I remember our two awkward phone calls
and him hoovering his ceiling
and I laugh into my pillow
as he bleeds out. 

Close

RODE STOFZUIGER

Hij was belachelijk knap. En nog Nigeriaans ook
− hoewel Mam niet lijkt te kunnen beslissen of dit iets goeds is
of iets vreselijks. Ik zocht zijn foto op op Internet, liet hem haar zien.
Ze besloot, on the spot, dat zijn Nigeriaans zijn iets goeds was.
Het was niet moeilijk om op Internet zijn foto te vinden
want hij was acteur. Ik had hem in een theater ontmoet.
Hij had net een cheque van £ 3000 gekregen voor zijn verdiensten
als Nigeriaanse acteur. Het was een heel hete zomer.
Ik droeg een korte zwarte jumpsuit van mijn zus,
en had een blazer mee – dé look voor een serieus stuk.
Hij bood me een drankje aan. Natuurlijk
zei ik dat ik dat liever zelf betaalde, en toen hij aandrong
zei ik oké alsof het aannemen ervan me behoorlijk slecht uitkwam.
Toen onze drankjes op de bar stonden te glinsteren
in de rood gedoekte hitte, gaf hij de barman zijn cheque.
Ha ha ha, zei de barman. Ha ha ha, zei ik.
Dus, de belachelijk knappe Nigeriaan was een grapjas. 

Tijdens mijn lunchpauze vond ik een bankje bij een galerie
en belde hem. We draaiden eromheen. Ik wilde dat hij me mee uit vroeg.
Waarom vroeg hij me niet? Mam begon naar hem te vragen,
waar is die knappe Nigeriaan? Zeg me niet
dat je het nu al hebt verpest. 

De tweede keer ging ik languit op bed liggen,
zette mijn benen tegen de muur – de kou hielp tegen de zenuwen.
Het was een kort belletje want er belde of klopte iemand aan.
Oké zei ik alsof het me totaal niet slecht uitkwam.
Ik liet mijn benen langs de muur omlaagglijden. 

Een week later stond ik in zijn huiskamer;
ik droeg mijn jas, of die hing over mijn arm, en had mijn schoenen nog aan.
Hoe dan ook, we stonden op het punt om te gaan, of waren net terug
en hij had nog niet gezegd, Hier, laat mij je jas aannemen
of, Wil je je schoenen uitdoen.
Hij raasde door het hele huis.
Naar boven en weer naar beneden, als een dolle.
Hij liet het bad vollopen, en toen weer leeglopen.
Enkel om het opnieuw te vullen. Hij dook een kast in
en trok een stofzuiger tevoorschijn. Een rode stofzuiger.
Hij begon overal te stofzuigen,
Hij stofzuigde zelfs het plafond.
Hij liep zomaar tegen de muur omhoog
en keek, terwijl hij dat deed, over zijn schouder,
naar waar ik stond, op de grond, en zei,
dit duurt niet lang, ik moet alleen even − 

Toen ik het Mam vertelde, schudde ze lachend haar hoofd −
suiker en azijn. Hij is gek; ze haalde haar schouders op,
God laat je zien dat het niks zou worden omdat
hij geen rust in zijn kont heeft. Zonde, zo’n knappe man…
Nigerianen, ze zucht, daar is ook altijd wat mee. 

Ik zocht hem nog wel eens op op internet.
Gewoon, om op de hoogte te blijven van zijn toneelrollen, de BBC-drama’s.
Toen stopte ik ermee. Jarenlang dacht ik niet aan hem.
Oké, soms, maar op een luchtige, grijnzende manier;
speels, zonder hartzeer. Waarom zou het ook zeer doen?
Maar toen, ik keek die avond in bed een matige verfilming
op mijn laptop – loopt de belachelijk knappe Nigeriaan opeens
door het beeld. Zijn naam ontsnapt mijn lippen;
half gefluisterd, half gefloten. Ik zeg het zoals damn. Ik zeg het zoals,
man, waar heb jij gezeten? Hij heeft een paar zinnen en dan
wordt hij neergestoken in een straat die ik herken
omdat ik er lang geleden eens doorheen danste.
Lang voordat ik hem in dat theater ontmoette,
met zijn opgevouwen cheque in zijn broekzak.
Ik denk terug aan onze twee ongemakkelijke telefoontjes
en aan hoe hij het plafond stofzuigde
en lach hardop in mijn kussen
terwijl hij doodbloedt.

RED HOOVER

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère