Poetry International Poetry International
Gedicht

Ulrike Almut Sandig

I SAY EVERYTHING TWICE

I say everything twice,   
do everything twice. I repeat

everything: every mistake
and every betrayal, always twice: TEST!

TEST! I am a double-voiced song bird
with a human face


and it’s hard to see I’m an odd bird at all,
when I sit in the fern tree

and double-clink, double-
click and creak

and grind with my beak. I am
a travel company luring

you South, as if happiness
really is buried below the equator

but don’t be deceived! I can’t
be trusted, or if I can then

only twice. there’s no helping
you, not even once.

I’m a little two-legged teapot
wearing my father’s

black cassock, his white collar
and I carry with me

my mother’s girlhood dreams.
when I leave you, it’s

always twice:

once in the South, but just as a test
and once STOP! in the Northwest.

ALLES MOET IK TWEE KEER ZEGGEN

alles moet ik twee keer zeggen, alles
moet ik twee keer doen. alles

moet ik herhalen: alle fouten
en elk verraad, altijd twee keer: TEST

TEST! ik ben een tweestemming zingende
vogel met mensengezicht


en moeilijk als raar beest te herkennen
als ik in de boomvaren zit

en tweestemming rinkel, tweestemmig
klingel en met mijn snavel

knars en kraak. ik ben
een reisgezelschap en lok je

naar het zuiden alsof het geluk
inderdaad onder de evenaar begraven ligt

maar laat je niet bedotten! ik
ben niet te vertrouwen of alleen

als het om twee keer gaat. jij
valt niet te helpen, geen enkele keer

ik ben een theeketeltje op twee benen
en draag de zwarte toga

van mijn vader, de witte bef ervan
en de meisjesdromen van mijn

moeder draag ik ook met me mee
als ik je verlaat, dan

altijd twee keer:

een keer in het zuiden, maar alleen als test
en een keer STOP! op noordwest

alles muss ich zweimal sagen, alles
muss ich zweimal tun. alles

muss ich wiederholen: alle Fehler
und jeden Verrat, immer zweimal: TEST

TEST! ich bin ein zweistimmig singender
Vogel mit Menschengesicht


und schwer als schräges Tier zu erkennen
wenn ich im Farnbaum sitze

und zweistimmig klirre, zweistimmig
klicker und mit dem Schnabel

knirsche und knarr. ich bin
eine Reisegesellschaft und lock dich

gen Süden, als läge das Glück
tatsächlich unterm Äquator begraben

aber lass dich nicht täuschen! mir
ist nicht zu trauen oder wenn

dann immer nur zweimal. dir
ist nicht zu helfen, kein einziges Mal

ich bin ein Teekesselchen auf zwei Beinen
und trage den schwarzen Talar

meines Vaters, seinen weißen Kragen
und die Mädchenträume meiner

Mutter trag ich auch mit mir herum
wenn ich dich verlasse, dann

immer zweimal:

einmal im Süden, aber das nur zum Test
und einmal STOPP! auf Nordwest
Close

ALLES MOET IK TWEE KEER ZEGGEN

alles moet ik twee keer zeggen, alles
moet ik twee keer doen. alles

moet ik herhalen: alle fouten
en elk verraad, altijd twee keer: TEST

TEST! ik ben een tweestemming zingende
vogel met mensengezicht


en moeilijk als raar beest te herkennen
als ik in de boomvaren zit

en tweestemming rinkel, tweestemmig
klingel en met mijn snavel

knars en kraak. ik ben
een reisgezelschap en lok je

naar het zuiden alsof het geluk
inderdaad onder de evenaar begraven ligt

maar laat je niet bedotten! ik
ben niet te vertrouwen of alleen

als het om twee keer gaat. jij
valt niet te helpen, geen enkele keer

ik ben een theeketeltje op twee benen
en draag de zwarte toga

van mijn vader, de witte bef ervan
en de meisjesdromen van mijn

moeder draag ik ook met me mee
als ik je verlaat, dan

altijd twee keer:

een keer in het zuiden, maar alleen als test
en een keer STOP! op noordwest

I SAY EVERYTHING TWICE

I say everything twice,   
do everything twice. I repeat

everything: every mistake
and every betrayal, always twice: TEST!

TEST! I am a double-voiced song bird
with a human face


and it’s hard to see I’m an odd bird at all,
when I sit in the fern tree

and double-clink, double-
click and creak

and grind with my beak. I am
a travel company luring

you South, as if happiness
really is buried below the equator

but don’t be deceived! I can’t
be trusted, or if I can then

only twice. there’s no helping
you, not even once.

I’m a little two-legged teapot
wearing my father’s

black cassock, his white collar
and I carry with me

my mother’s girlhood dreams.
when I leave you, it’s

always twice:

once in the South, but just as a test
and once STOP! in the Northwest.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère