Poetry International Poetry International
Poem

Daljit Nagra

In a White Town

IN EEN BLANKE STAD

Ze leek nooit op de moeders van andere jongens.
Niemand keek ooit zonder nog een keer te kijken
naar de roze kameez en de ballonbolle billen,

slierten haar in mosterdolie gedrenkt, haar
brokaatroze sandalen en de geur van curry. Daarom
gooide ik de brieven over ouderavonden weg,

floot ik het lawaai terug van haar heilige liederen,
controleerde of de gordijnen hun randen koesterden,
besproeide de gang met lavendel als iemand aanklopte,

rukte alle goudgedopte melk uit zijn krat
voor het geval grapjassen die later openmaakten,
biechtte nooit de vreemde namen van mijn ouders op

of de postcode van ons huis wanneer ik slaag kreeg
van skinheads (boven een toiletbril)
wanhopig om de inwendige vijand weg te spoelen.

Ik had me meer thuis gevoeld als ze dat analfabete
lijf verborgen had, druk tegen vrouwen botsend
op de markt, zwelgend in de theatrale achterklap,

voor huiswerk – in de gemeentebieb met mijn vrienden,
riep ze me, kraste op de ramen. Kraste weer
tot ik later, haar rode gezicht in mijn rode gezicht,

alleen wij tweeën, op mijn beroerde Punjabi zwoegde,
ze lachte en zei dat ik een gora was, alleen bevrijd zou worden
door een bruid uit India die zou dubbelen als haar saathi.

Tegenwoordig, als ik op bezoek ben, als ze omhoog schommelt
naar me toe strompelt om mijn voorhoofd te kussen
zoals ze ooit gewend was, wil ik wel naar voren kunnen vallen.

In a White Town

She never looked like other boys’ mums.
No one ever looked without looking again
at the pink kameez and balloon’d bottoms,

mustard oiled trail of hair, brocaded pink
sandals and the smell of curry. That’s why
I’d bin the letters about Parents’ Evenings,

why I’d police the noise of her holy songs,
check the net curtains were hugging the edges,
lavender spray the hallway when someone knocked,

pluck all the gold top milk from its crate
in case the mickey-takers would later disclose it,
never confessing my parents’ weird names

or the code of our address when I was licked
by Skin-heads (by a toilet seat)
desperate to flush out the enemy within.

I would have felt more at home had she hidden
that illiterate body, bumping noisily into women
at the market, bulging into its drama’d gossip,

for homework – in the public library with my mates,
she’d call, scratching on the windows. Scratching again
until later, her red face would be in my red face,

two of us alone, I’d strain on my poor Punjabi,
she’d laugh and say I was a gora, I’d only be freed
by a bride from India who would double as her saathi.

Nowadays, when I visit, when she hovers upward,
hobbling towards me to kiss my forehead
as she once used to, I wish I could fall forward.
Close

In a White Town

She never looked like other boys’ mums.
No one ever looked without looking again
at the pink kameez and balloon’d bottoms,

mustard oiled trail of hair, brocaded pink
sandals and the smell of curry. That’s why
I’d bin the letters about Parents’ Evenings,

why I’d police the noise of her holy songs,
check the net curtains were hugging the edges,
lavender spray the hallway when someone knocked,

pluck all the gold top milk from its crate
in case the mickey-takers would later disclose it,
never confessing my parents’ weird names

or the code of our address when I was licked
by Skin-heads (by a toilet seat)
desperate to flush out the enemy within.

I would have felt more at home had she hidden
that illiterate body, bumping noisily into women
at the market, bulging into its drama’d gossip,

for homework – in the public library with my mates,
she’d call, scratching on the windows. Scratching again
until later, her red face would be in my red face,

two of us alone, I’d strain on my poor Punjabi,
she’d laugh and say I was a gora, I’d only be freed
by a bride from India who would double as her saathi.

Nowadays, when I visit, when she hovers upward,
hobbling towards me to kiss my forehead
as she once used to, I wish I could fall forward.

In a White Town

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère