Poetry International Poetry International
Dichter

Roland Jooris

Roland Jooris

Roland Jooris

(België, 1936)
Biografie
Tot 2005 was dichter Roland Jooris conservator van het Roger Raveelmuseum in Machelen-aan-de-Leie. Roger Raveel was schilder en beeldhouwer, een metier dat Jooris heel zijn loopbaan met grote belangstelling en empathie heeft gevolgd. Ook in zijn poëtische werk heeft Jooris de wereld van de beeldende kunsten vaak opgezocht. Een van zijn vroegste gedichten ging over Paul Klee. Verder schreef hij onder meer gedichten over de kunstenaars Constant Permeke, Giorgio Morandi, Raoul de Keyser, Robert Morris, Richard Long en natuurlijk Raveel. Daarnaast schreef hij over componisten en musici als Anton Webern, Charlie Parker en Erik Satie. 
Dat taal in tegenstelling tot beeldende kunst en muziek automatisch betekenis heeft, lijkt voor Jooris een problematisch vertrekpunt waartoe hij zich steeds weer heeft proberen te verhouden. In het genoemde gedicht ‘Klee’ luiden de eerste regels niet voor niets:
 
Als een heimelijke kleur
wonen bij Paul Klee, en niets
meer zeggen. 
 
Roland Jooris wordt in 1936 in het Vlaamse Wetteren geboren en debuteert op zijn twintigste met de bundel Gitaar. Voor Gedichten 1958-78 kreeg Jooris de Jan Campertprijs toegekend. Hij kreeg bovendien de Prijs van de Vlaamse Provincies en de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. De bundel Als het dichtklapt werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Aan zijn betrekkelijk kleine oeuvre voegde hij in 2012 nog de bundel Kromte toe. Behalve als dichter en conservator werkte Jooris als essayist, en vaak bracht hij bijzondere bibliofiele bundels uit, in samenwerking met beeldend kunstenaars.     
  
In 1978 maakt Jooris een tussenbalans op met de later bekroonde bundel Gedichten 1958-78. Opvallend is dat daarin nauwelijks gedichten uit zijn eerste bundels opgenomen zijn. Waarschijnlijk omdat Jooris’ stijl geleidelijk wijzigt. De vroege gedichten hebben vaak een lichte toon; er wordt gevoetbald, iemand leegt een pilsje, een vogel fladdert sierlijk voorbij. Kunst en natuur komen vaak samen, versmelten. Wat Jooris erin aantrekt, is het efemere en hun vermogen de aandacht naar iets te trekken dat nauwelijks aandacht trekt:
                 
MINIMAL
 
Vogel wipt.
Tak kraakt.
Lucht betrekt.
 
Bijna niets
om naar te kijken
en juist dat
bekijk ik. 

 
Een dichter van weinig woorden is Jooris vrijwel voortdurend geweest, maar klaarblijkelijk kon het nog minder. Jooris gaat steeds soberder schrijven. Die evolutie blijft zich doorzetten. Naarmate de jaren vorderen, worden de gedichten korter en eist het wit op de bladzijden een prominentere rol op. In De contouren van het verstrijken – Jooris’ voorlaatste bundel – bevatten de dichtregels soms maar een enkel woord. Jooris schrijft zoals een beeldhouwer werkt, elke slag moet weloverwogen en goed gericht zijn, het onbeschreven blad en de stilte zijn even kostbaar als marmer. De dichter is zich daarvan voortdurend bewust en hakt er niet op los:
                 
Beeldspraak
Muilkorft
zijn mond die zich
volpropt met wat hij
hardhorig aan stilte
ontzegt
 
Dit lijkt poëzie die er is zichzelf ondanks. Door te handelen en manifesteren, is de dichter eerder een destructieve dan een creatieve kracht. ‘Muilkorft’, ‘volpropt’ en ‘hardhorig’ zijn stuk voor stuk woorden met een negatieve connotatie terwijl juist die specifiek over het werk van de dichter gaan. Anderzijds doet zich in diezelfde woorden een subtiel klankspel gelden dat in Jooris’ poëzie de bindende factor lijkt te zijn. Zwervend in het ruime wit zouden de woorden hopeloos aan de dool zijn, ware het niet dat er een fijne muzikaliteit is die ze bijeen houdt.   
                   
Gaandeweg verdwijnt de licht nonchalante toon uit Jooris’ poëzie. Ze wordt strenger. De wereld raakt daarin meer en meer uit beeld, de gedichten gaan steeds vaker over de poëzie zelf. Overigens was het taaie poëtische proces door Jooris al eens eerder scherp verwoord in het gedicht ‘Schrijven’:
                 
Wegnemen,
schrijven is
wegnemen.

 
© Mischa Andriessen (Translated by Donald Gardner)
Bibliografie (selectie)

Gedichten 1958-78, Lotus, Antwerpen, 1978
Akker, Lannoo, Tielt, 1982
Uithoek, Poëziecentrum, Gent, 1991
Gekras, Querido, Amsterdam 2001
Als het dichtklapt, Querido, Amsterdam, 2005
De contouren van het verstrijken, Querido, Amsterdam, 2008
Kromte, Poëziecentrum, Gent, 2012
Sculpturen. Een keuze uit het werk, Poëziecentrum, Gent, 2014

Translations
Inerme / Weerloos (antalogia personal, 1958-2006), La Cabra Ediciones, Coyoacan, 2008
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère