Poetry International Poetry International
Gedicht

Ricardo Domeneck

FEARFUL SKIN HEALS: AND BEGINS AGAIN

1.

this initial disturbance: fork
will not fit mouth
and food falls
onto startled plate; water
glass meets tooth.
Throat stretches
eager palms. 

2.

Damp cotton
on forehead heaves
breakdown; hiccups
quicken their rhythm.

I put on an overcoat not mine
and lose myself in the scent,
for a moment,
a moment.

The owner catches
me red-handed
and it troubles
my sleep.

3.

Reserve
of the feet

in another’s
house,

when, in
pursuit

of a novel distribution
of weight, they discover

levitation. 

4.

The floor is a recurrent,
constant invitation;
something in us awaits
reunion. Till wind scatter
us to the four corners.

DE BANGE HUID HEELT: EN HERBEGINT

1.

die verwarring in ’t begin, vork
die niet in de mond past
en het eten valt op een
verschrikt bord; het glas
van het water stoot tegen
je tand. Je keel
steekt zijn handen uit
van lust.

2.

Het klamme katoen tegen
mijn voorhoofd prikkelt
mijn loomheid; de hik
versnelt zijn tempo. 

Ik trek de vreemde jas aan
en ga op in de geur,
eventjes,
heel even. 

De eigenaar
betrapt me
en verstoort
mijn slaap.

3.

Verlegenheid
van voeten

in een
vreemd huis,

die bij het
zoeken naar

de nieuwe verdeling
van het gewicht het

zweven ontdekken.

4.

De vloer is een constant
herhaalde uitnodiging;
iets in jezelf hoopt
op hereniging. Tot de
wind je alle kanten
op waait.

1.

esta perturbação inicial, garfo
que não encaixa na boca
e a comida cai, num prato
assustado; o copo
d’água vai de encontro
ao dente. A garganta
estende as palmas
de vontade.

2.

O algodão úmido
na testa eriça-me
o quebranto; o soluço
acelera o ritmo.

Visto o casaco alheio
e me perco no cheiro,
um instante,
um instante.

O flagrante
do dono
perturba-me
o sono.

3.

Timidez
de pés 

em casa
estranha,

que ao
ensaio

da distribuição nova
do peso descobrem

a levitação.

4.

O chão é um convite
recorrente, constante; 
algo em nós espera 
o reencontro. Até que 
o vento nos disperse
aos quatro cantos.

Close

DE BANGE HUID HEELT: EN HERBEGINT

1.

die verwarring in ’t begin, vork
die niet in de mond past
en het eten valt op een
verschrikt bord; het glas
van het water stoot tegen
je tand. Je keel
steekt zijn handen uit
van lust.

2.

Het klamme katoen tegen
mijn voorhoofd prikkelt
mijn loomheid; de hik
versnelt zijn tempo. 

Ik trek de vreemde jas aan
en ga op in de geur,
eventjes,
heel even. 

De eigenaar
betrapt me
en verstoort
mijn slaap.

3.

Verlegenheid
van voeten

in een
vreemd huis,

die bij het
zoeken naar

de nieuwe verdeling
van het gewicht het

zweven ontdekken.

4.

De vloer is een constant
herhaalde uitnodiging;
iets in jezelf hoopt
op hereniging. Tot de
wind je alle kanten
op waait.

FEARFUL SKIN HEALS: AND BEGINS AGAIN

1.

this initial disturbance: fork
will not fit mouth
and food falls
onto startled plate; water
glass meets tooth.
Throat stretches
eager palms. 

2.

Damp cotton
on forehead heaves
breakdown; hiccups
quicken their rhythm.

I put on an overcoat not mine
and lose myself in the scent,
for a moment,
a moment.

The owner catches
me red-handed
and it troubles
my sleep.

3.

Reserve
of the feet

in another’s
house,

when, in
pursuit

of a novel distribution
of weight, they discover

levitation. 

4.

The floor is a recurrent,
constant invitation;
something in us awaits
reunion. Till wind scatter
us to the four corners.

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère