Poetry International Poetry International
Gedicht

Christian Bök

Must we bequeath to the darkness

Moeten we de duisternis

Moeten we de duisternis alle heldere bakens nalaten van wat we weten? Moeten we elke teruggekeerde in de hel met goede wil begroeten, in de beste taal om zo’n geest te betoveren. Moet een Nazifiel uit de Wehrmacht de Vergilius zijn die deze schaduwen in onze naam begroet? Moeten we de legende van onze opkomst her- vertellen, van het jammeren van het regenwoud tot het brullen van het ruimteschip? Moeten we het schetsboek doorbladeren en herinnerin- gen ophalen bij de polaroids van onze uitstap van eitje tot ijlte? Moeten we de ruïnes bezoeken die worden beweend in walvis- liederen? Laat ons ons leed verraden met het bespelen van syrinxen en dulcimers, gamelans en violotta’s. Laat ons de hersengolven wegschenken van een vrouw die liefdevol van haar minnaars droomt. Laat de dood van de poëzie gedateerd worden aan de halfwaardetijd van uranium 238, in elektrodepositie op een schijf verguld koper. Laat ons virelais ontdekken te midden van buitenaardse vuren.

Must we bequeath to the darkness all the bright tokens of what we know? Must we greet each revenant in Hell with goodwill, speaking whatever language can cast a spell upon such a ghost? Must a Naziphile from the Wehrmacht be the Virgil, who salutes these shadows on our behalf? Must we retell the legend of our ascent, from the yowling of the rainforest to the roaring of thex spacecraft? Must we flip through the scrapbook, reminiscing over Polaroids of our excursion from the ovum to the void? Must we tour the ruin that the whale songs lament? Let us betray our sorrow through the play of syrinxes and dulcimers, of gamelans and violottas. Let us give away the brainwaves of a woman, who dreams fondly of her lovers. Let the death of verse be dated by the half-life of uranium-238, electroplated on a disc of gilded copper. Let us discover virelays in the midst of alien fires.
Close

Moeten we de duisternis

Moeten we de duisternis alle heldere bakens nalaten van wat we weten? Moeten we elke teruggekeerde in de hel met goede wil begroeten, in de beste taal om zo’n geest te betoveren. Moet een Nazifiel uit de Wehrmacht de Vergilius zijn die deze schaduwen in onze naam begroet? Moeten we de legende van onze opkomst her- vertellen, van het jammeren van het regenwoud tot het brullen van het ruimteschip? Moeten we het schetsboek doorbladeren en herinnerin- gen ophalen bij de polaroids van onze uitstap van eitje tot ijlte? Moeten we de ruïnes bezoeken die worden beweend in walvis- liederen? Laat ons ons leed verraden met het bespelen van syrinxen en dulcimers, gamelans en violotta’s. Laat ons de hersengolven wegschenken van een vrouw die liefdevol van haar minnaars droomt. Laat de dood van de poëzie gedateerd worden aan de halfwaardetijd van uranium 238, in elektrodepositie op een schijf verguld koper. Laat ons virelais ontdekken te midden van buitenaardse vuren.

Must we bequeath to the darkness

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère