Poetry International Poetry International
Gedicht

Zeyar Lynn

Tears of my own

The dog that bites its own tears,
the fire that grills its own dog,
the throat that swallows its own fire –
along all that,
cruising down the umami samsara
I will cool my own restlessness with my own funeral fan. 
I will pick the choicest leaf off a garden, impregnated by a tempest.
I’ve been feeding on the leaf, making a racket.
I wield a sword, giving out threats.
Beguilement, Deceit, Sham, Trickery,
Oh the Cricket! 
In each Cricket’s tibia there’s a sword.  
In each sword a dance.
In each dance an unknowable antenna.
In the glass eyes are images of this or that world.
The way clouds recede from view  
hoodwinks my name. 
The wind that sets its own house on fire,
the crops that sow their own wind,
the lips that grip their own crops –
in the Cricket’s leap just before its flight
shall I throw the dice on the verge of death, just shy of falling like a leaf,
pretending to wind-surf, or
in self-delusion
shall I permeate another  
Existence?

Mijn eigen tranen

De hond die in zijn eigen tranen bijt,
het vuur dat zijn eigen hond braadt,
de keel die zijn eigen vuur slikt –
bij dat alles,
varend over de umami samsara
zal ik mijn eigen rusteloosheid verkoelen met mijn eigen rouwwaaier.
Ik zal het beste blad uit een tuin kiezen, bezwangerd door een storm.
Ik heb geleefd van het blad en maakte ophef.
Ik zwaai met een zwaard, uit dreigementen.
Betovering, bedrog, veinzerij, trucage,
O de krekel!
Elk segment van de krekel bevat een zwaard.
Elk zwaard een dans.
Elke dans een onkenbare voelspriet.
De glazen ogen zijn beelden van deze of gindse wereld.
De manier waarop wolken zich aan het oog onttrekken
leidt mijn naam om de tuin.
De wind die zijn eigen huis in brand steekt,
het gewas dat zijn eigen wind zaait,
de lippen die zich in hun eigen gewas zetten –
zal ik in de sprong van de krekel voor zijn vlucht
de dobbelstenen werpen aan de rand van de dood, om nog net niet te vallen als een blad,
zal ik net doen of ik windsurf, of
vol zelfmisleiding
doordringen in een ander
Bestaan?

Close

Mijn eigen tranen

De hond die in zijn eigen tranen bijt,
het vuur dat zijn eigen hond braadt,
de keel die zijn eigen vuur slikt –
bij dat alles,
varend over de umami samsara
zal ik mijn eigen rusteloosheid verkoelen met mijn eigen rouwwaaier.
Ik zal het beste blad uit een tuin kiezen, bezwangerd door een storm.
Ik heb geleefd van het blad en maakte ophef.
Ik zwaai met een zwaard, uit dreigementen.
Betovering, bedrog, veinzerij, trucage,
O de krekel!
Elk segment van de krekel bevat een zwaard.
Elk zwaard een dans.
Elke dans een onkenbare voelspriet.
De glazen ogen zijn beelden van deze of gindse wereld.
De manier waarop wolken zich aan het oog onttrekken
leidt mijn naam om de tuin.
De wind die zijn eigen huis in brand steekt,
het gewas dat zijn eigen wind zaait,
de lippen die zich in hun eigen gewas zetten –
zal ik in de sprong van de krekel voor zijn vlucht
de dobbelstenen werpen aan de rand van de dood, om nog net niet te vallen als een blad,
zal ik net doen of ik windsurf, of
vol zelfmisleiding
doordringen in een ander
Bestaan?

Tears of my own

The dog that bites its own tears,
the fire that grills its own dog,
the throat that swallows its own fire –
along all that,
cruising down the umami samsara
I will cool my own restlessness with my own funeral fan. 
I will pick the choicest leaf off a garden, impregnated by a tempest.
I’ve been feeding on the leaf, making a racket.
I wield a sword, giving out threats.
Beguilement, Deceit, Sham, Trickery,
Oh the Cricket! 
In each Cricket’s tibia there’s a sword.  
In each sword a dance.
In each dance an unknowable antenna.
In the glass eyes are images of this or that world.
The way clouds recede from view  
hoodwinks my name. 
The wind that sets its own house on fire,
the crops that sow their own wind,
the lips that grip their own crops –
in the Cricket’s leap just before its flight
shall I throw the dice on the verge of death, just shy of falling like a leaf,
pretending to wind-surf, or
in self-delusion
shall I permeate another  
Existence?
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère