Poetry International Poetry International
Gedicht

Luis Chaves

SNOW, ELECTRICITY

Clothes out to dry 
and those clouds.

There’s a new dog
who follows me everywhere 
I go. He is here now, 
under the table. When it’s storming 
out he flattens himself onto the floor and will not be moved.

The house is the same
except for the kitchen,
which we opened up some by knocking out the back wall. 
It’s more modern;
it has granite countertops 
like the ones in those magazines you sent 
back when you used to send me things.

We put small white stones in the garden,
forming a path to the door.
At dusk or before 
it rains, 
the smell of basil. 
This hasn’t changed either.
Year in 
and year out,
regardless of who’s around,
the same scent faintly
enters this part of the house
that overlooks the garden
as if it’s following the stone path.
The basil
then the rain
or the dusking.

Believe it or not
we still have the same TV.
Last night, there was this show 
on. While I was thinking about something 
else entirely, an enormous wind farm – 
turbines staked into green 
fields – flickered across the screen.
They were all in a row, in formation,
the blades, enormous and slow,
harnessing electricity from the wind.
They turned out of time, 
losing synchronization.

So I forgot about whatever else I was thinking
and instead thought of this
for a while:
what it would be like to go there,
to the foot of a windmill – 
a mechanical silence, perhaps.
Then I fell asleep.

Outside the clouds arranged
themselves in a kind of formation.
Like the sky’s own white stone path
in motion.

It’s going to rain,
and I have clothes drying on the line.
Thunder is the sound 
of electricity.
I leave you with this phrase from a magazine
while the dog trembles,
flattening himself on the floor.

Maybe you live where
those windmills are.
I couldn’t understand much – 
it was the German or French channel – 
all sounds the same to me.
Lawn-like stretches, 
green patches
of different kinds of grasses,
like seams in a slow moving river
or striations of color
in a slick of diesel
that come together 
without ever mixing. 

I wonder what your house is like – 
the path leading to your front door,
clothes drying on a balcony.
On TV I watch shows about travel
like the one on last night
with people buried up to 
their knees in snow somewhere.
Then the same place without any people,
without any other sound but the internal tic-tac 
which isn’t coming from the television.

Behind a wall of electricity,
the snow on TV
makes me want to be there.
I wonder about your home, what you’re thinking
before it rains
or grows dark.
This is the sort of thing I think about 
until I fall asleep.

The dog follows me around
but stays outside
on the stoop.
He doesn’t appear in this dream 
like the gigantic blades
moving in slow motion,
the snow on the other side
of the electricity.

Smells of basil.
It’s night,
or it’s going to rain.

How much does snow weigh,
I ask myself,
reaching over 
the balcony at your house;
how long can a snowflake 
last in my hands.

SNEEUW, ELEKTRICITEIT

De kleren aan de lijn
en dan die wolken.

Er is een nieuwe hond,
hij volgt me overal 
hier ligt hij onder de tafel,
als het regent en onweert
klauwt hij zich vast aan de vloer en niemand die hem in beweging krijgt.

Het huis is nog hetzelfde
behalve de keuken,
die hebben we uitgebreid door de achtermuur te slopen.
Hij is nu moderner,
met een granieten aanrecht
zoals in de tijdschriften die jij stuurde, 
toen je nog dingen stuurde.

We legden witte stenen in de tuin,
ze vormen een pad naar de deur.
Voordat het gaat regenen 
of als het bijna donker is
komt de geur van de basilicum naar binnen.
Dat is ook niet veranderd, 
op alle dagen
van alle jaren, 
wie er ook maar thuis is,
komt die geur binnen
in dat deel van het huis
dat aan de tuin grenst
alsof hij het stenen pad volgt.
De basilicum komt binnen
en daarna gaat het regenen
of wordt het donker.

Het is niet te geloven 
maar we hebben nog dezelfde tv.
Trouwens, gisteravond, 
terwijl ik aan andere dingen zat te denken
werden in een programma
beelden vertoond van een stel enorme torens, 
vastgeklauwd in groene velden, 
die elektriciteit uit de wind halen.
Allemaal keurig op een rij,
hun enorme, trage wieken
draaiden ongelijkmatig,
waren hun synchronisatie kwijt.

Toen vergat ik die andere dingen
en dacht een hele tijd
aan het volgende:
hoe zou het zijn om ernaartoe te gaan,
de mechanische stilte misschien 
aan de voet van een toren.
Toen viel ik in slaap.

Buiten drijven de wolken voorbij
keurig op een rij,
net de stenen van de hemel,
rollende stenen.

Het gaat regenen 
en ik heb was aan de lijn.
Donderslagen zijn het geluid 
van de elektriciteit.
Die tijdschriftregel is voor jou
terwijl de hond trilt,
vastgeschroefd aan de vloer.

Misschien is het jouw plaats
waar die torens staan,
ik begreep er niet veel van
het was op de Duitse of de Franse tv,
mij klinkt het allemaal hetzelfde in de oren.
Uitgestrekte weilanden,
groene plakken
van allerlei soorten gras 
als waterstromen
of dieselvlekken
die bijeenkomen 
zonder zich te mengen.

Hoe zou jouw huis zijn, 
de route die naar je deur leidt,
de kleren die op een balkon te drogen hangen.
Op tv zie ik programma´s over plaatsen en reizen
zoals dat van gisteravond
of een over mensen in een witte wereld
tot hun knieën weggezakt.
Daarna dezelfde plaats zonder mensen, 
met als enige geluid het innerlijke tik-tak,
dat niet uit de tv komt.

Ik kreeg zin om daarginds te zijn.
De sneeuw op de tv,
achter de elektriciteit,
ik vraag me van alles af,
jouw plaats, wat je zou denken
voordat het gaat regenen
of avond wordt,
aan zulke dingen denk ik
tot ik in slaap val.

De hond volgt me 
maar hij blijft buiten,
vlak voor de deur.
Hij komt niet binnen in deze droom
over reusachtige wieken,
als een opname in slow motion,
de sneeuw aan de andere kant
van de elektriciteit.

Het ruikt naar basilicum,
het is avond
of het gaat regenen.

Hoeveel zouden ze wegen, 
vraag ik me af,
terwijl ik mijn hand
buiten het balkon van jouw huis steek,
die vlokken,
die sneeuwvlokken, 
hoe lang zouden ze in je hand blijven bestaan?

LA NIEVE, LA ELECTRICIDAD

La ropa tendida
y esas nubes.

Hay un perro nuevo,
me sigue a todas partes
aquí está debajo de la mesa,
cuando llueve con truenos
se clava al piso y no lo mueve nadie.

La casa está igual
menos la cocina,
la ampliamos botando la pared de atrás.
Ahora es más moderna,
tiene mostrador de granito
como en las revistas que mandaste,
cuando mandabas cosas.

Pusimos piedras blancas en el jardín,
hacen camino hasta la puerta.
Antes de llover
o cuando ya casi oscureció
entra el olor de la albahaca.
Eso tampoco ha cambiado,
todos los días
de todos los años,
esté quién esté,
ese aroma entra apenas
a la parte de la casa
que da al jardín
como siguiendo el camino de piedras.
Entra la albahaca
luego llueve 
u oscurece.

Tenemos la misma tele
aunque parezca mentira.
Anoche, por cierto,
mientras pensaba en otra cosa
en un programa pasaban
la imagen de unas torres enormes 
clavadas en campos verdes
para sacar electricidad del viento.
Todas en fila, formadas,
las hélices enormes y lentas
giraban a destiempo,
perdían la sincronización.

Entonces dejé la otra cosa
y pensé en eso
un buen rato:
cómo sería ir ahí,
el silencio mecánico talvez
al pie de una torre.
Luego me quedé dormida.

Afuera pasan las nubes 
en formación,
las piedras del cielo parecen,
piedras rodantes.

Va a llover
y tengo ropa tendida.
Los truenos son el sonido
de la electricidad.
Te dejo esa frase de revista
mientras el perro tiembla, 
atornillado al piso. 

Puede ser tu lugar
donde están esas torres,
no entendí mucho
era el canal alemán o el francés,
a mí me suenan igual.
Unas praderas extensas,
parches verdes
de gramíneas diferentes
como corrientes de agua
o manchas de diesel
que se juntan
sin mezclarse.

Cómo será tu casa,
la ruta que lleva a la puerta,
la ropa secándose en un balcón.
En la tele veo programas de lugares y viajes
como el de anoche
o uno con gente rodeada de blanco
hundida hasta las rodillas.
Luego el mismo lugar sin gente,
sin otro sonido que el tic tac interno,
el que no viene del televisor.

Daban ganas de estar ahí.
La nieve en la tele,
detrás de la electricidad,
me pregunto cosas,
tu lugar, qué pensarás
antes de que llueva
o anochezca,
cosas así pienso
hasta que me duermo.

Me sigue el perro
pero se queda afuera,
al pie de la puerta.
No entra a este sueño 
como de aspas gigantes
en cámara lenta,
la nieve al otro lado 
de la electricidad.

Huele a albahaca,
es de noche
o va a llover.

Cuánto pesarán,
me pregunto,
sacando la mano 
por el balcón de tu casa, 
los copos,
los copos de nieve,
cuánto duran en la mano.
 
Close

SNEEUW, ELEKTRICITEIT

De kleren aan de lijn
en dan die wolken.

Er is een nieuwe hond,
hij volgt me overal 
hier ligt hij onder de tafel,
als het regent en onweert
klauwt hij zich vast aan de vloer en niemand die hem in beweging krijgt.

Het huis is nog hetzelfde
behalve de keuken,
die hebben we uitgebreid door de achtermuur te slopen.
Hij is nu moderner,
met een granieten aanrecht
zoals in de tijdschriften die jij stuurde, 
toen je nog dingen stuurde.

We legden witte stenen in de tuin,
ze vormen een pad naar de deur.
Voordat het gaat regenen 
of als het bijna donker is
komt de geur van de basilicum naar binnen.
Dat is ook niet veranderd, 
op alle dagen
van alle jaren, 
wie er ook maar thuis is,
komt die geur binnen
in dat deel van het huis
dat aan de tuin grenst
alsof hij het stenen pad volgt.
De basilicum komt binnen
en daarna gaat het regenen
of wordt het donker.

Het is niet te geloven 
maar we hebben nog dezelfde tv.
Trouwens, gisteravond, 
terwijl ik aan andere dingen zat te denken
werden in een programma
beelden vertoond van een stel enorme torens, 
vastgeklauwd in groene velden, 
die elektriciteit uit de wind halen.
Allemaal keurig op een rij,
hun enorme, trage wieken
draaiden ongelijkmatig,
waren hun synchronisatie kwijt.

Toen vergat ik die andere dingen
en dacht een hele tijd
aan het volgende:
hoe zou het zijn om ernaartoe te gaan,
de mechanische stilte misschien 
aan de voet van een toren.
Toen viel ik in slaap.

Buiten drijven de wolken voorbij
keurig op een rij,
net de stenen van de hemel,
rollende stenen.

Het gaat regenen 
en ik heb was aan de lijn.
Donderslagen zijn het geluid 
van de elektriciteit.
Die tijdschriftregel is voor jou
terwijl de hond trilt,
vastgeschroefd aan de vloer.

Misschien is het jouw plaats
waar die torens staan,
ik begreep er niet veel van
het was op de Duitse of de Franse tv,
mij klinkt het allemaal hetzelfde in de oren.
Uitgestrekte weilanden,
groene plakken
van allerlei soorten gras 
als waterstromen
of dieselvlekken
die bijeenkomen 
zonder zich te mengen.

Hoe zou jouw huis zijn, 
de route die naar je deur leidt,
de kleren die op een balkon te drogen hangen.
Op tv zie ik programma´s over plaatsen en reizen
zoals dat van gisteravond
of een over mensen in een witte wereld
tot hun knieën weggezakt.
Daarna dezelfde plaats zonder mensen, 
met als enige geluid het innerlijke tik-tak,
dat niet uit de tv komt.

Ik kreeg zin om daarginds te zijn.
De sneeuw op de tv,
achter de elektriciteit,
ik vraag me van alles af,
jouw plaats, wat je zou denken
voordat het gaat regenen
of avond wordt,
aan zulke dingen denk ik
tot ik in slaap val.

De hond volgt me 
maar hij blijft buiten,
vlak voor de deur.
Hij komt niet binnen in deze droom
over reusachtige wieken,
als een opname in slow motion,
de sneeuw aan de andere kant
van de elektriciteit.

Het ruikt naar basilicum,
het is avond
of het gaat regenen.

Hoeveel zouden ze wegen, 
vraag ik me af,
terwijl ik mijn hand
buiten het balkon van jouw huis steek,
die vlokken,
die sneeuwvlokken, 
hoe lang zouden ze in je hand blijven bestaan?

SNOW, ELECTRICITY

Clothes out to dry 
and those clouds.

There’s a new dog
who follows me everywhere 
I go. He is here now, 
under the table. When it’s storming 
out he flattens himself onto the floor and will not be moved.

The house is the same
except for the kitchen,
which we opened up some by knocking out the back wall. 
It’s more modern;
it has granite countertops 
like the ones in those magazines you sent 
back when you used to send me things.

We put small white stones in the garden,
forming a path to the door.
At dusk or before 
it rains, 
the smell of basil. 
This hasn’t changed either.
Year in 
and year out,
regardless of who’s around,
the same scent faintly
enters this part of the house
that overlooks the garden
as if it’s following the stone path.
The basil
then the rain
or the dusking.

Believe it or not
we still have the same TV.
Last night, there was this show 
on. While I was thinking about something 
else entirely, an enormous wind farm – 
turbines staked into green 
fields – flickered across the screen.
They were all in a row, in formation,
the blades, enormous and slow,
harnessing electricity from the wind.
They turned out of time, 
losing synchronization.

So I forgot about whatever else I was thinking
and instead thought of this
for a while:
what it would be like to go there,
to the foot of a windmill – 
a mechanical silence, perhaps.
Then I fell asleep.

Outside the clouds arranged
themselves in a kind of formation.
Like the sky’s own white stone path
in motion.

It’s going to rain,
and I have clothes drying on the line.
Thunder is the sound 
of electricity.
I leave you with this phrase from a magazine
while the dog trembles,
flattening himself on the floor.

Maybe you live where
those windmills are.
I couldn’t understand much – 
it was the German or French channel – 
all sounds the same to me.
Lawn-like stretches, 
green patches
of different kinds of grasses,
like seams in a slow moving river
or striations of color
in a slick of diesel
that come together 
without ever mixing. 

I wonder what your house is like – 
the path leading to your front door,
clothes drying on a balcony.
On TV I watch shows about travel
like the one on last night
with people buried up to 
their knees in snow somewhere.
Then the same place without any people,
without any other sound but the internal tic-tac 
which isn’t coming from the television.

Behind a wall of electricity,
the snow on TV
makes me want to be there.
I wonder about your home, what you’re thinking
before it rains
or grows dark.
This is the sort of thing I think about 
until I fall asleep.

The dog follows me around
but stays outside
on the stoop.
He doesn’t appear in this dream 
like the gigantic blades
moving in slow motion,
the snow on the other side
of the electricity.

Smells of basil.
It’s night,
or it’s going to rain.

How much does snow weigh,
I ask myself,
reaching over 
the balcony at your house;
how long can a snowflake 
last in my hands.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère