Poetry International Poetry International
Gedicht

Olli Heikkonen

I come through the blizzard

I come through the blizzard,
growl like the frost or an accordion.
Through five winds and snowdrifts of time
I come chasing will-o’-the-wisp, I come from
where the flame flickers, swamps smoulder
night and day, where mud bubbles.
Longing has filled the bellows of my lungs.
My cry is colder than other cries.
It freezes lakes and locks stones
on shores like teeth.
It crushes berries and peels the rowan trees.
It holds still the forest.
Just snow swirls, above the lake
ceaseless snow.

Ik zal komen door de sneeuwjacht

Ik zal komen door de sneeuwjacht,
roepen als de nachtvorst of trekzak.
Door de vijf winden en de ingesneeuwde tijd
zal ik komen, een dwaallicht najagend, komen
van waar de vlam brandt, waar dag en nacht
de moerassen smeulen, de modder borrelt.
Verlangen vult de blaasbalg van mijn longen.
Mijn roep
is kouder dan die van de anderen.
Hij bevriest de meren en drukt de stenen
                        als tanden in de oevers.
Hij verpulvert de vruchten en schilt de lijsterbessen.
Hij doet het bos verstijven.
Alleen de sneeuw dwarrelt, boven het meer
                                    de eindeloze sneeuw.

Minä tulen läpi tuiskun,
huudan kuin halla tai haitari.
Läpi viiden tuulen ja kinostuvan ajan
tulen virvatulta ajaen, tulen sieltä
missä liekki palaa, yötä päivää
kytevät suot, missä muta kuplii.
Kaipuu on täyttänyt keuhkojeni palkeet.
Minun huutoni
on muita huutoja kylmempi.
Se jäätää järvet ja kiristää kivet
rannoille kuin hampaat.
Se murskaa marjat ja kuorii pihlajat.
Se jähmettää metsän.
Vain lumi tupruaa, järven yllä
loputon lumi. 
Close

Ik zal komen door de sneeuwjacht

Ik zal komen door de sneeuwjacht,
roepen als de nachtvorst of trekzak.
Door de vijf winden en de ingesneeuwde tijd
zal ik komen, een dwaallicht najagend, komen
van waar de vlam brandt, waar dag en nacht
de moerassen smeulen, de modder borrelt.
Verlangen vult de blaasbalg van mijn longen.
Mijn roep
is kouder dan die van de anderen.
Hij bevriest de meren en drukt de stenen
                        als tanden in de oevers.
Hij verpulvert de vruchten en schilt de lijsterbessen.
Hij doet het bos verstijven.
Alleen de sneeuw dwarrelt, boven het meer
                                    de eindeloze sneeuw.

I come through the blizzard

I come through the blizzard,
growl like the frost or an accordion.
Through five winds and snowdrifts of time
I come chasing will-o’-the-wisp, I come from
where the flame flickers, swamps smoulder
night and day, where mud bubbles.
Longing has filled the bellows of my lungs.
My cry is colder than other cries.
It freezes lakes and locks stones
on shores like teeth.
It crushes berries and peels the rowan trees.
It holds still the forest.
Just snow swirls, above the lake
ceaseless snow.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère