Poetry International Poetry International
Gedicht

Olli Heikkonen

Don’t take my name in vain

Don’t take my name in vain,
for I’ll come when you call.
I come through forests,
scrape moss and bark with my antlers,
mute birdsong with my breath, blow
wet leaves and mouldered needles in the air.
I raise my nostrils to the wind,
the resins and rowan berries, I smell human longing.
Why do they long for me, my antlers
are bony and bring but pain. Why do they
build power lines, pave the forest path.
My hooves puncture the asphalt
and my eyes soak up the light.
Don’t invite me
to the shade of your apple trees. Don’t come
to the darkness of my forest.
Don’t come. The roots will cling to your feet,
thorn bushes tear your skin.

Gebruik mijn naam niet lichtvaardig

Gebruik mijn naam niet lichtvaardig,
want ik zal komen als je me roept. Ik zal komen door de bossen,
mijn gewei zal over mos en boomschors schuren,
mijn adem de vogelzang doen stokken,
de vochtige bladeren en vergane naalden oplichten.
Ik steek mijn neus in de wind,
hars en lijsterbes, ik ruik het verlangen van de mensen.
Waarom missen ze mij, mijn gewei
is benig en veroorzaakt niets dan pijn. Waarom
hangen ze een hoogspanningsleiding, plaveien ze het bospad.
Mijn hoeven prikken door het asfalt
en mijn ogen zuigen het licht op.
Roep mij niet
naar de schaduw van je appelbomen. Kom niet
naar de duisternis van mijn bos.
Kom niet. De wortels zullen zich aan je voeten vastklampen,
de doornstruiken zullen je huid openhalen.

Älä lausu minun nimeäni turhaan,
sillä minä tulen kun kutsut. Tulen metsien läpi,
sarveni raapivat sammalta ja kaarnaa,
minun hengitykseni salpaa lintujen laulun, nostaa ilmaan
märät lehdet ja maatuneet neulat.
Kohotan sieraimet tuuleen,
pihkat ja pihlajanmarjat, haistan ihmisten ikävän.
Miksi he minua kaipaavat, minun sarveni
ovat luiset ja tuovat vain kipua. Miksi he
vetävät voimalinjaa, miksi päällystävät metsätien.
Minun sorkkani puhkovat asvaltin
ja silmäni imevät valon.
Älä kutsu minua
omenapuidesi katveeseen. Älä tule
minun metsäni pimeyteen.
Älä tule. Juurakot takertuvat jalkoihisi,
piikkipensaat repivät ihosi rikki.
Close

Gebruik mijn naam niet lichtvaardig

Gebruik mijn naam niet lichtvaardig,
want ik zal komen als je me roept. Ik zal komen door de bossen,
mijn gewei zal over mos en boomschors schuren,
mijn adem de vogelzang doen stokken,
de vochtige bladeren en vergane naalden oplichten.
Ik steek mijn neus in de wind,
hars en lijsterbes, ik ruik het verlangen van de mensen.
Waarom missen ze mij, mijn gewei
is benig en veroorzaakt niets dan pijn. Waarom
hangen ze een hoogspanningsleiding, plaveien ze het bospad.
Mijn hoeven prikken door het asfalt
en mijn ogen zuigen het licht op.
Roep mij niet
naar de schaduw van je appelbomen. Kom niet
naar de duisternis van mijn bos.
Kom niet. De wortels zullen zich aan je voeten vastklampen,
de doornstruiken zullen je huid openhalen.

Don’t take my name in vain

Don’t take my name in vain,
for I’ll come when you call.
I come through forests,
scrape moss and bark with my antlers,
mute birdsong with my breath, blow
wet leaves and mouldered needles in the air.
I raise my nostrils to the wind,
the resins and rowan berries, I smell human longing.
Why do they long for me, my antlers
are bony and bring but pain. Why do they
build power lines, pave the forest path.
My hooves puncture the asphalt
and my eyes soak up the light.
Don’t invite me
to the shade of your apple trees. Don’t come
to the darkness of my forest.
Don’t come. The roots will cling to your feet,
thorn bushes tear your skin.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère