Poetry International Poetry International
Gedicht

Mourid Barghouti

A NIGHT UNLIKE OTHERS

His finger almost touches the bell,
the door, unbelievably slowly,
opens.
He enters.
He goes to his bedroom.
Here they are:
his picture next to his little bed,
his schoolbag, in the dark,
awake.
He sees himself sleeping
between two dreams, two flags.
He knocks on the doors of all the rooms
– he almost knocks. But he does not.
They all wake up:
“He’s back!
By God, he’s back!” they shout,
but their clamour makes no sound.
They stretch their arms to hug Mohammed
but do not reach his shoulders.

He wants to ask them all
how they are doing
under the night shelling;
he cannot find his voice.
They too say things
but find no voice.
He draws nearer, they draw nearer,
he passes through them, they pass through him,
they remain shadows
and never meet.
They wanted to ask him if he’d had his supper,
if he was warm enough over there, in the earth,
if the doctors could take the bullet and the fear
out of his heart.
Was he still scared?
Had he solved the two arithmetic problems
in order not to disappoint his teacher
the following day?
Had he . . . ?
He, too, simply wanted to say:
I’ve come to see you
to make sure you’re alright.
He said:
Dad will, as usual, forget to take his hypertension pill.
I came to remind him as I usually do.
He said:
my pillow is here, not there.
They said.
He said.
Without a voice.
The doorbell never rang,
the visitor was not in his little bed,
they had not seen him.
The following morning neighbours whispered:
it was all a delusion.
His schoolbag was here
marked by the bullet holes,
and his stained notebooks.
Those who came to give their condolences
had never left his mother.
Moreover, how could a dead child
come back, like this, to his family,
walking, calmly, under the shelling
of such a very long night?

EEN NACHT ALS GEEN ANDER

Hij raakt de bel nauwelijks aan
of de deur opent zich
ongelooflijk langzaam
hij gaat naar binnen
en loopt naar de deur van zijn kamer
waar zijn portret naast het bed staat
waar zijn schooltas in het donker waakt
ziet hij zichzelf tussen twee dromen of vlaggen slapen
hij klopt op alle deuren – bijna – hij klopt niet
iedereen wordt verward wakker
hij is terug! Hij is er weer, roepen ze
maar horen hun kreten niet
zij steken hun armen uit om Mohammed te omhelzen
maar raken zijn schouders niet

Hij wil ze tijdens de nachtelijke beschieting vragen hoe het met hen gaat
en heeft geen stem
zij spreken zonder geluid
hij komt dichterbij, zij komen dichterbij
hij passeert hen, zij passeren hem, zij blijven schimmen tussen schimmen
en komen elkaar niet tegen
ze willen vragen of hij heeft gegeten
of hij het ’s nachts koud heeft
of de dikke aarden deken voldoende is
of de arts de kogel van de angst uit zijn hart heeft gehaald
of hij nog bang is
of hij de beide rekensommen heeft gemaakt
om de leraar de volgende morgen niet teleur te stellen en of
hij wil in alle eenvoud zeggen
ik ben gekomen om jullie te zien en gerust te zijn
ik zeg, mijn vader zal als gewoonlijk zijn bloeddrukpil vergeten
ik kom hem naar gewoonte eraan herinneren
ik zeg, mijn kussen is hier niet daar
zij zeggen, hij zegt en geen geluid
geen deurbel rinkelt
hun bezoeker ligt niet in zijn bed te slapen
en zij zien hem niet
’s morgens fluisteren de buren dat het verhaal
verbeelding is
zijn doorzeefde schooltas ligt er nog net zo bij
evenals zijn verkleurde schriften
het rouwbezoek bij zijn moeder is nog niet voorbij
verder, hoe kan een dood kind naar zijn familie gaan
als de hele nacht geschoten wordt

A NIGHT UNLIKE OTHERS

Close

EEN NACHT ALS GEEN ANDER

Hij raakt de bel nauwelijks aan
of de deur opent zich
ongelooflijk langzaam
hij gaat naar binnen
en loopt naar de deur van zijn kamer
waar zijn portret naast het bed staat
waar zijn schooltas in het donker waakt
ziet hij zichzelf tussen twee dromen of vlaggen slapen
hij klopt op alle deuren – bijna – hij klopt niet
iedereen wordt verward wakker
hij is terug! Hij is er weer, roepen ze
maar horen hun kreten niet
zij steken hun armen uit om Mohammed te omhelzen
maar raken zijn schouders niet

Hij wil ze tijdens de nachtelijke beschieting vragen hoe het met hen gaat
en heeft geen stem
zij spreken zonder geluid
hij komt dichterbij, zij komen dichterbij
hij passeert hen, zij passeren hem, zij blijven schimmen tussen schimmen
en komen elkaar niet tegen
ze willen vragen of hij heeft gegeten
of hij het ’s nachts koud heeft
of de dikke aarden deken voldoende is
of de arts de kogel van de angst uit zijn hart heeft gehaald
of hij nog bang is
of hij de beide rekensommen heeft gemaakt
om de leraar de volgende morgen niet teleur te stellen en of
hij wil in alle eenvoud zeggen
ik ben gekomen om jullie te zien en gerust te zijn
ik zeg, mijn vader zal als gewoonlijk zijn bloeddrukpil vergeten
ik kom hem naar gewoonte eraan herinneren
ik zeg, mijn kussen is hier niet daar
zij zeggen, hij zegt en geen geluid
geen deurbel rinkelt
hun bezoeker ligt niet in zijn bed te slapen
en zij zien hem niet
’s morgens fluisteren de buren dat het verhaal
verbeelding is
zijn doorzeefde schooltas ligt er nog net zo bij
evenals zijn verkleurde schriften
het rouwbezoek bij zijn moeder is nog niet voorbij
verder, hoe kan een dood kind naar zijn familie gaan
als de hele nacht geschoten wordt

A NIGHT UNLIKE OTHERS

His finger almost touches the bell,
the door, unbelievably slowly,
opens.
He enters.
He goes to his bedroom.
Here they are:
his picture next to his little bed,
his schoolbag, in the dark,
awake.
He sees himself sleeping
between two dreams, two flags.
He knocks on the doors of all the rooms
– he almost knocks. But he does not.
They all wake up:
“He’s back!
By God, he’s back!” they shout,
but their clamour makes no sound.
They stretch their arms to hug Mohammed
but do not reach his shoulders.

He wants to ask them all
how they are doing
under the night shelling;
he cannot find his voice.
They too say things
but find no voice.
He draws nearer, they draw nearer,
he passes through them, they pass through him,
they remain shadows
and never meet.
They wanted to ask him if he’d had his supper,
if he was warm enough over there, in the earth,
if the doctors could take the bullet and the fear
out of his heart.
Was he still scared?
Had he solved the two arithmetic problems
in order not to disappoint his teacher
the following day?
Had he . . . ?
He, too, simply wanted to say:
I’ve come to see you
to make sure you’re alright.
He said:
Dad will, as usual, forget to take his hypertension pill.
I came to remind him as I usually do.
He said:
my pillow is here, not there.
They said.
He said.
Without a voice.
The doorbell never rang,
the visitor was not in his little bed,
they had not seen him.
The following morning neighbours whispered:
it was all a delusion.
His schoolbag was here
marked by the bullet holes,
and his stained notebooks.
Those who came to give their condolences
had never left his mother.
Moreover, how could a dead child
come back, like this, to his family,
walking, calmly, under the shelling
of such a very long night?
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère