Poetry International Poetry International
Poem

Christian Bök

Arks and zoos

Arken en dierentuinen

Arken en dierentuinen herbergen nu wat nog rest van onze refreinen. Welke poëzie kunnen we ons voorstellen als poëzie zelf uitgestorven is? Moeten we haar zoeken in het roet van onze verbrande boeken? Moeten we haar ontcijferen uit de vertrapte koolzaadweiden bij Barbury Castle? Moeten we haar achterhalen door pi te berekenen tot een googel van binaire cijfers? Moeten we haar requiem destilleren uit de jambische pulsen van de Cepheïden? We hebben het gezwabber en gejank van haar tonen gehoord toen ze opkwamen uit de omgeving van Tau Sagittarii. We hebben onze radio’s afgesteld op de toegewezen frequentie in megahertz, maar nooit weer klinken de roepletters; in hun plaats horen we een duistere grom, als van een geest, gevangen in een Claudespiegel aan de rand van het heelal. We zoeken dat spook, maar het blinde glas kaatst slechts een loze blik naar ons terug, vervaardigd uit de duurzaamste isotoop van het niets. Ze negeert ons, als een sfinx uit zwart kwarts.

Arks and zoos now harbour the remnants of our refrains. What poetry can we imagine, when poetry itself has gone extinct? Must we look for it in the soot of our burnt books? Must we decipher it in the trampled pastures of rapeseed near Barbury Castle? Must we discover it by calculating pi to a googol of binary digits? Must we extract its requiem from the iambic pulses of the Cepheids? We have heard its flutter and wow but once, emanating from the precincts of Tau Sagittarii. We have dialed our radios to the appointed frequency in megahertz, but never again does the call-sign chime; instead, we hear a dark roar, as if from a spectre, trapped inside a Claude mirror at the edge of the universe. We look for this ghost, but the blind glass reflects back at us only a blank stare, made from the most durable isotope of nothingness. It ignores us, like a sphinx of black quartz.
Close

Arks and zoos

Arks and zoos now harbour the remnants of our refrains. What poetry can we imagine, when poetry itself has gone extinct? Must we look for it in the soot of our burnt books? Must we decipher it in the trampled pastures of rapeseed near Barbury Castle? Must we discover it by calculating pi to a googol of binary digits? Must we extract its requiem from the iambic pulses of the Cepheids? We have heard its flutter and wow but once, emanating from the precincts of Tau Sagittarii. We have dialed our radios to the appointed frequency in megahertz, but never again does the call-sign chime; instead, we hear a dark roar, as if from a spectre, trapped inside a Claude mirror at the edge of the universe. We look for this ghost, but the blind glass reflects back at us only a blank stare, made from the most durable isotope of nothingness. It ignores us, like a sphinx of black quartz.

Arks and zoos

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère