Poetry International Poetry International
Dichter

Mustafa Stitou

Mustafa Stitou

Mustafa Stitou

(Nederland, 1974)
Biografie
Als poëzie in essentie over het doorbreken van verwachtingen gaat, is Mustafa Stitou denkelijk een ideale dichter. Nadat hij met zijn derde bundel Varkensroze ansichten zowel de VSB-Poëzieprijs als de Jan Campertprijs in de wacht sleepte, bleef het tien jaar tamelijk stil tot in mei 2013 de bundel Tempel verscheen. In een interview met Het Parool zei: Stitou daarover. “Blijkbaar heb ik niet de drang om elke drie, vier jaar een bundel te publiceren. [. . .] Het is niet automatisch zo dat het innen van een prijs je vleugels geeft. Ik ben van mezelf vrij perfectionistisch en vaak nogal onzeker over wat ik opschrijf. Zo'n prijs helpt je daar echt niet als bij toverslag vanaf.”
Maar voornamelijk zit dat doorbreken van verwachtingspatronen in Stitous werk zelf. Aan NRC-journalist Ron Rijghard lichtte Stitou eens zijn werkwijze toe: “Dichten is voor mij een avontuur. Ik denk niet alles van tevoren uit. Ik breng ongelijksoortige attributen op tafel en ga daarmee schuiven. Vervolgens kneed ik er een anekdote omheen die ik vertel alsof ik in de kroeg sta. Het windt mij bijvoorbeeld op om een gedicht te schrijven met de woorden 11 september, Arabier, goudblond godinnetje en NSB. Zo ontstond ‘Anton’, een conceptueel-anekdotisch gedicht. Al die woorden nemen hun diverse, beladen betekenissen mee en die plaats ik in een alledaagse setting.” ‘Een persoonlijke obsessie’, noemt hij die voorkeur voor vermenging. "Het is een kwestie van evocatie: in het banale het verhevene oproepen, het onzegbare.’
                 
Stitou studeerde filosofie en rondde zijn studie af met een scriptie over het sublieme in de kunst. Hij schreef een paar toneelstukken en was een periode stadsdichter van Amsterdam. Stitou werd in 1974 in de Marokkaanse plaats Tetouan geboren en verhuisde op jonge leeftijd naar Lelystad. Toen hij in 1994 debuteerde met de bundel Mijn vormen meldde zijn toenmalige uitgever Vassallucci op de achterflap een primeur: “Voor het eerst verschijnt in het Nederlands een dichtbundel van Marokkaanse origine.” In zijn poëzie laat Stitou dikwijls de oosterse en westerse waarden en gedachtewerelden botsen, maar op een onvoorspelbare manier. In de gedichten van Stitou kan vrijwel alles een plaats krijgen. Juist die vermenging van het hoge en het lage, van verschillende culturen, werkt een zinderende spanning in de hand en roept tegelijkertijd dwingende vragen op. Bijvoorbeeld over identiteit, een van Stitous belangrijkste thema’s. Maar niet de holle identiteitsborstklopperij van boos-trotse autochtonen of allochtonen. Bij Stitou gaat het veel verder, in zijn poëzie wordt vrijwel alles tegen het licht gehouden en op houdbaarheid beproefd. Dat kunnen filosofische gedachten zijn zoals in het gedicht ‘Koppig’ waarin de zogeheten Rabbit-Duck theorie van Ludwig Wittgenstein op een geestige manier ter discussie wordt gesteld, maar ook banaal racisme, plastische chirurgie of de kracht van zelfhulpboeken of religies:
                 
    Ik kan stoppen met roken en ook als het niet lukt
                  Ik hou van mezelf ik ben niet dik niet klein niet rond
                  Ik heb een zachte pik zat liefde in mijn kippenborst
 
                  niet langer vrees ik uw toorn vader ik vrees niet
                  langer uw toorn vader uw toorn is natuurtroebel
 
                  het verborgene is het verborgene niet vader
                  het is de schittering over mensen dieren dingen
                  waarom knielend bidden
                  wanneer ikzelf het gebed ben?
 
Stitous poëzie gaat evengoed over het meest bijzondere als over het meest alledaagse. Over mensen dus, mensen die in wezen zo moeizaam aan verwachtingen voldoen, ongeacht wat ze willen, en net als Stitous poëzie is dat schrijnend en hilarisch tegelijk. 
© Mischa Andriessen (Translated by Donald Gardner)
Bibliography

Poetry

Mijn Gedichten, Vassallucci, Amsterdam, 1998
Varkensroze Ansichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2003
Tempel, De Bezige Bij, Amsterdam, 2013

Prose
Mijn Vormen, Arena, Amsterdam, 1994

Translations
Two Half Faces, Phoneme Media, translated by David Colmer, 2020
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère