Poetry International Poetry International
Gedicht

L.K. Holt

SELF PORTRAIT

ZELFPORTRET

Hij tekende zichzelf, na zijn eerste bijna-overlijden;
minus één zintuig, zijn oren gedoofd, achter een zwart
aureool verscholen. Eén oog kijkt hem aan, een strak lijntje,
ongevoeld, van lijf naar denken. Het andere oog is benard,
 
door het gewicht van bezichtiging gezakt, ontzet
herleefd. Hij zette op een insigne boven zijn hart
zijn naam ondersteboven, geheugensteun van de wijze
gespeld op de zot. De tweede keer werd het dichter genaderd,
 
Schikkollen dichtbij genoeg om het fond vast te houden voor
een zelfportret met dokter als stillevenrekwisiet,
hem zacht ondersteunend in het bed dat ik niet opmaakte voor
de dood maar om het huwelijksleven te benaderen. Je kunt me niet
 
zien staan aan het voeteneind van het bed; een visitatie
doorschijnend gemaakt van uitputting. Ik zag mijn vader
sterven achter Señors dodenmaskergezicht; Señor
zag in mij alle vrouwen die hij maakte met zo min
 
mogelijk streken, elk mooi gezicht hetzelfde verwoord gebed
maar met een andere wens. Ik wenste alleen dat hij gespaard bleef.

SELF PORTRAIT

After his first near-miss with death he drew himself;
reduced by one sense, his ears extinct, hidden behind
a black halo. One eye looks at himself, a taut unfelt
line from body to thought. The other eye is misaligned,

lowered by the weight of being watched, fearfully
re-alive. On a badge above his heart he signed
his name upside-down, the savant’s reminder pinned
to the idiot. The second time the nearness was finer,

Fate-crones near enough to hold the backcloth for
a self-portrait with doctor as a still-life prop,
propping him up gently in the bed I made not for
death but to approximate married life. You cannot

see me standing at the foot of the bed; a visitation
made see-through with exhaustion. I saw my father
dying behind the Señor’s death-mask face; Señor
saw in me all the women he formed with the fewest

possible strokes, each lovely face the same worded prayer
but with a different want. I just wanted him spared.
Close

ZELFPORTRET

Hij tekende zichzelf, na zijn eerste bijna-overlijden;
minus één zintuig, zijn oren gedoofd, achter een zwart
aureool verscholen. Eén oog kijkt hem aan, een strak lijntje,
ongevoeld, van lijf naar denken. Het andere oog is benard,
 
door het gewicht van bezichtiging gezakt, ontzet
herleefd. Hij zette op een insigne boven zijn hart
zijn naam ondersteboven, geheugensteun van de wijze
gespeld op de zot. De tweede keer werd het dichter genaderd,
 
Schikkollen dichtbij genoeg om het fond vast te houden voor
een zelfportret met dokter als stillevenrekwisiet,
hem zacht ondersteunend in het bed dat ik niet opmaakte voor
de dood maar om het huwelijksleven te benaderen. Je kunt me niet
 
zien staan aan het voeteneind van het bed; een visitatie
doorschijnend gemaakt van uitputting. Ik zag mijn vader
sterven achter Señors dodenmaskergezicht; Señor
zag in mij alle vrouwen die hij maakte met zo min
 
mogelijk streken, elk mooi gezicht hetzelfde verwoord gebed
maar met een andere wens. Ik wenste alleen dat hij gespaard bleef.

SELF PORTRAIT

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère