Poetry International Poetry International
Gedicht

Adam Zagajewski

VITA CONTEMPLATIVA

It may already be September. I drank tasteless coffee
in the café garden of the Museum-Insel
and thought about Berlin, its dark waters.
Black buildings that have seen so much.
But peace reigns in Europe, diplomats doze,
a pale sun, the summer dies serenely,
spiders weave its shining shroud, the plane trees’
dry leaves write memoirs of their youth.

So this is the vita contemplativa.
The black walls enclosing white sculptures.
The bust of a Greek beauty. So this is it.
An altar before which no one prays.
So this is the vita contemplativa.
Narkissos – a Roman copy of a Greek boy
on prosthetic limbs of bronze (a veteran of which war?).
Then a kuros with his pouch of testes (a vanished phallus).

We seem to occupy a desert island.
Time moves deliberately, without haste.
Helpless rapture, so this is the vita contemplativa.
An instant with no hour, as the poet said,
the poet killed in Lublin by a bomb.
But what if, in this or a different city,
the vita activa surged again, what would Artemis,
fourth century B.C.E., do then? Hermes? Narcissus?

Parchment faces stare at me with envy-
– I still make mistakes, they can’t.
Comparing day and night, so this is it.
Sleep and waking, mind and world, this is it.
Tranquillity, taut attention, the levitating heart.
Lucent thoughts smoulder in black walls.
So this is it. What is it, we don’t know.
We dwell in the abyss. In dark waters. In brightness.

VITA CONTEMPLATIVA

Misschien is het al september. Slappe koffie drinkend
op een caféterras van het Museum-Insel
dacht ik aan Berlijn, aan zijn donkere wateren.
Daar heb je de zwarte gebouwen, die veel hebben gezien.
Maar in Europa is het vredig, diplomaten doezelen,
de zon is bleek, de zomer sterft in alle rust,
spinnen weven voor hem een glimmend lijkkleed, droge bladeren
van platanen schrijven herinneringen aan een jeugd.

Dat is wat vita contemplativa is.
De zwarte muren van het gebouw, binnen witte beelden.
Bustes van Griekse schoonheid. Dat is wat het is.
Een altaar, waarvoor niemand bidt.
Dat is wat vita contemplativa is.
Narkissos – een Romeinse kopie van een Griekse jongen
op protheses van koper (invalide uit welke oorlog?)
Daarnaast een kouros met een zakje testikels (de fallus ontbreekt).

We zijn vermoedelijk op een onbewoond eiland.
Ongehaast, traag schrijdt de tijd voort.
Zalige hulpeloosheid, dat is wat vita contemplativa is.
Een moment zonder uur, zoals de dichter zei,
die door een bom in Lublin werd gedood.
En als nu in deze of een andere stad opnieuw
het vita activa zou losbarsten, wat zou Artemis
uit de vierde eeuw v.Chr. doen? Narcissus? Hermes?

Perkamenten gezichten werpen jaloerse blikken op mij
– ik kan mij nog steeds vergissen, zij niet meer.
Gelijkstelling van dag en nacht, dat is wat het is.
Van waaktoestand en droom, van wereld en verstand, dat is wat het is.
Geruststelling, verscherpte aandacht, levitatie van het hart.
In zwarte muren smeulen heldere gedachten.
Dat is wat het is. Wat het is, weten we niet.
We leven in een afgrond. In donkere wateren. In schittering.

VITA CONTEMPLATIVA

Może to już wrzesień. Pijąc kawę bez smaku
w ogródku kawiarni na Museum-Insel.
myślałem o Berlinie, o jego ciemnych wodach.
Oto czarne budowle, które wiele widziały.
Ale w Europie panuje spokój, dyplomaci drzemią,
słońce jest blade, lato umiera spokojnie,
pająki mu tkają lśniący całun, suche liście
platanów piszą wspomnienia z młodości.

Oto czym jest vita contemplativa.
Czarne mury budynku, wewnątrz białe rzeźby.
Popiersie greckiej piękności. Oto czym jest.
Ołtarz, przed którym nikt się nie modli.
Oto czym jest vita contemplativa.
Narkissos – rzymska kopia greckiego chłopca
na protezach z miedzi (inwalida której wojny?)
Obok kuros z woreczkiem jąder (phallus zniknął).

Jesteśmy chyba na bezludnej wyspie.
Nieśpiesznie, powoli przesuwa się czas.
Błoga bezradność, oto czym jest vita contemplativa.
Chwila bez godziny, jak powiedział poeta.
którego w Lublinie zabiła bomba.
A gdyby znowu w tym czy innym mieście
wybuchła vita activa, co zrobiłaby Artemida
z czwartego stulecia p.n.e.? Narkissos? Hermes?

Pergaminowe twarze patrzą na mnie z zawiścią
– ja się wciąż mogę mylić, one już nie.
Zrównanie dnia z nocą, oto czym jest.
Jawy ze snen, świata i umysłu, oto czym jest.
Uspokojeniem, napięciem uwagi, lewitacją serca.
W czarnych murach tlą się jasne myśli.
Oto czym jest. Czym jest, nie wiemy.
Żyjemy w przepaści. W ciemnych wodach. W blasku.
Close

VITA CONTEMPLATIVA

Misschien is het al september. Slappe koffie drinkend
op een caféterras van het Museum-Insel
dacht ik aan Berlijn, aan zijn donkere wateren.
Daar heb je de zwarte gebouwen, die veel hebben gezien.
Maar in Europa is het vredig, diplomaten doezelen,
de zon is bleek, de zomer sterft in alle rust,
spinnen weven voor hem een glimmend lijkkleed, droge bladeren
van platanen schrijven herinneringen aan een jeugd.

Dat is wat vita contemplativa is.
De zwarte muren van het gebouw, binnen witte beelden.
Bustes van Griekse schoonheid. Dat is wat het is.
Een altaar, waarvoor niemand bidt.
Dat is wat vita contemplativa is.
Narkissos – een Romeinse kopie van een Griekse jongen
op protheses van koper (invalide uit welke oorlog?)
Daarnaast een kouros met een zakje testikels (de fallus ontbreekt).

We zijn vermoedelijk op een onbewoond eiland.
Ongehaast, traag schrijdt de tijd voort.
Zalige hulpeloosheid, dat is wat vita contemplativa is.
Een moment zonder uur, zoals de dichter zei,
die door een bom in Lublin werd gedood.
En als nu in deze of een andere stad opnieuw
het vita activa zou losbarsten, wat zou Artemis
uit de vierde eeuw v.Chr. doen? Narcissus? Hermes?

Perkamenten gezichten werpen jaloerse blikken op mij
– ik kan mij nog steeds vergissen, zij niet meer.
Gelijkstelling van dag en nacht, dat is wat het is.
Van waaktoestand en droom, van wereld en verstand, dat is wat het is.
Geruststelling, verscherpte aandacht, levitatie van het hart.
In zwarte muren smeulen heldere gedachten.
Dat is wat het is. Wat het is, weten we niet.
We leven in een afgrond. In donkere wateren. In schittering.

VITA CONTEMPLATIVA

It may already be September. I drank tasteless coffee
in the café garden of the Museum-Insel
and thought about Berlin, its dark waters.
Black buildings that have seen so much.
But peace reigns in Europe, diplomats doze,
a pale sun, the summer dies serenely,
spiders weave its shining shroud, the plane trees’
dry leaves write memoirs of their youth.

So this is the vita contemplativa.
The black walls enclosing white sculptures.
The bust of a Greek beauty. So this is it.
An altar before which no one prays.
So this is the vita contemplativa.
Narkissos – a Roman copy of a Greek boy
on prosthetic limbs of bronze (a veteran of which war?).
Then a kuros with his pouch of testes (a vanished phallus).

We seem to occupy a desert island.
Time moves deliberately, without haste.
Helpless rapture, so this is the vita contemplativa.
An instant with no hour, as the poet said,
the poet killed in Lublin by a bomb.
But what if, in this or a different city,
the vita activa surged again, what would Artemis,
fourth century B.C.E., do then? Hermes? Narcissus?

Parchment faces stare at me with envy-
– I still make mistakes, they can’t.
Comparing day and night, so this is it.
Sleep and waking, mind and world, this is it.
Tranquillity, taut attention, the levitating heart.
Lucent thoughts smoulder in black walls.
So this is it. What is it, we don’t know.
We dwell in the abyss. In dark waters. In brightness.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère