Poetry International Poetry International
Gedicht

Adam Zagajewski

GATE

Do you love words as a shy magician loves the moment of quiet
after he’s left the stage, alone in a dressing room where
a yellow candle burns with its greasy, pitch-black flame?

What yearning will encourage you to push the heavy gate, to sense
once more the odor of that wood and the rusty taste of water from an ancient well,
to see again the tall pear tree, the proud matron who presented us
aristocratically with its perfectly formed fruit each fall,
and then fell into mute anticipation of the winter’s ills?

Next door a factory’s stolid chimney smoked and the ugly town kept still,
but the indefatigable earth worked on beneath the bricks in gardens,
our black memory and the vast pantry of the dead, the good earth.

What courage does it take to budge the heavy gate,
what courage to catch sight of us again,
gathered in the little room beneath a Gothic lamp –
mother skims the paper, moths bump the windowpanes,
nothing happens, nothing, only evening, prayer; we wait . . .

We lived only once.

DE POORT

Hou je van woorden zoals de verlegen magiër houdt van een stil moment –
vlak na het optreden, als hij alleen is in een lege kleedkamer, waar
de teerachtige, vettige vlam brandt van een gele kaars?

Welke liefde stelt je in staat om de zware poort te openen, om opnieuw
de geur van hout en de roestige smaak van water uit de archaïsche bron te proeven,
en nog een keer de hoge perenboom te zien, een trotse matrone die in de herfst
ons op aristocratische wijze de volmaakte vormen van haar vruchten schonk,
waarna ze zich weer stom verdiepte in het aanschouwen van winters onheil.

Hier vlakbij rookte de onverschillige schoorsteen van een fabriek en zweeg de lelijke stad,
maar in de tuinen diep onder de tegels werkte de onvermoeibare aarde,
ons zwarte geheugen en de afgrondelijke voorraadkamer van de doden, die goede aarde.

Welke moed is vereist om de zware poort te openen,
welke moed om ons allen weer samen te zien
in een van de kamers onder een gotische lamp –
mama leest afwezig de krant, nachtvlinders botsen tegen de ruit,
er gebeurt niets, niets, het is nog maar net avond, een gebed; we wachten...

We leefden maar één keer.

BRAMA

Czy kochasz słowa tak jak nieśmiały czarodziej kocha chwilę ciszy –
już po występie, kiedy jest sam w pustej szatni, w której
płonie smolistym, tłustym płomieniem żółta świeca?

Jaka miłość dozwoli ci pchnąć ciężką bramę, tak żebyś znowu
poczuł zapach tego drewna i rdzawy smak wody z archaicznej studni,
i żebyś raz jeszcze ujrzał wysoką gruszę, dumną matronę, która w jesieni
arystokratycznie oddawała nam swe doskonałe w kształcie owoce,
po czym niemo pogrążała się w rozpatrywaniu nieszczęść zimy.

Tuż obok dymił obojętny komin fabryki i milczało brzydkie miasto,
ale w ogrodach głęboko pod cegłami pracowała niestrudzona ziemia,
nasza czarna pamięć i przepastna spiżarnia umarłych, dobra ziemia.

Jakiej odwagi trzeba, żeby pchnąć ciężką bramą,
jakiej odwagi, żeby zobaczyć nas wszystkich znowu
zebranych w jednym pokoju pod gotycką lampą –
mama nieuważnie czyta gazetę, ćmy uderzają o szybę,
nic się nie dzieje, nic, zaledwie wieczór, modlitwa; czekamy . . .

Tylko raz żyliśmy.
Close

DE POORT

Hou je van woorden zoals de verlegen magiër houdt van een stil moment –
vlak na het optreden, als hij alleen is in een lege kleedkamer, waar
de teerachtige, vettige vlam brandt van een gele kaars?

Welke liefde stelt je in staat om de zware poort te openen, om opnieuw
de geur van hout en de roestige smaak van water uit de archaïsche bron te proeven,
en nog een keer de hoge perenboom te zien, een trotse matrone die in de herfst
ons op aristocratische wijze de volmaakte vormen van haar vruchten schonk,
waarna ze zich weer stom verdiepte in het aanschouwen van winters onheil.

Hier vlakbij rookte de onverschillige schoorsteen van een fabriek en zweeg de lelijke stad,
maar in de tuinen diep onder de tegels werkte de onvermoeibare aarde,
ons zwarte geheugen en de afgrondelijke voorraadkamer van de doden, die goede aarde.

Welke moed is vereist om de zware poort te openen,
welke moed om ons allen weer samen te zien
in een van de kamers onder een gotische lamp –
mama leest afwezig de krant, nachtvlinders botsen tegen de ruit,
er gebeurt niets, niets, het is nog maar net avond, een gebed; we wachten...

We leefden maar één keer.

GATE

Do you love words as a shy magician loves the moment of quiet
after he’s left the stage, alone in a dressing room where
a yellow candle burns with its greasy, pitch-black flame?

What yearning will encourage you to push the heavy gate, to sense
once more the odor of that wood and the rusty taste of water from an ancient well,
to see again the tall pear tree, the proud matron who presented us
aristocratically with its perfectly formed fruit each fall,
and then fell into mute anticipation of the winter’s ills?

Next door a factory’s stolid chimney smoked and the ugly town kept still,
but the indefatigable earth worked on beneath the bricks in gardens,
our black memory and the vast pantry of the dead, the good earth.

What courage does it take to budge the heavy gate,
what courage to catch sight of us again,
gathered in the little room beneath a Gothic lamp –
mother skims the paper, moths bump the windowpanes,
nothing happens, nothing, only evening, prayer; we wait . . .

We lived only once.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère