Poetry International Poetry International
Gedicht

Sinéad Morrissey

LAST WINTER

VORIGE WINTER

was niet zoals vorige winter, zeiden we, toen de winter
pas echt met zijn ijzeren tanden had geknarst, toen Belfast
kouder was dan Moskou en de lampion van een volledige 
maansverduistering boven de zonnewende hing.
Vorige winter droegen we vestjes tot ver in november,
verloren onze handschoenen, geraniums hielden stand,
onze nieuwe potkachel hoefde avond aan avond niet
te worden aangestoken, en in onze longen, onze keel
en ingebed in onze cellen maakten virussen massa’s
ongemoeide en onverwoestbare kopieën van zichzelf, 
bij die gunstige temperatuur. Onze zoon
bezweek. We lagen wakker, raakten elkaar niet aan,
luisterden naar zijn gehoest. ’s Ochtends
was hij zo zwak dat hij niet kon lopen. De borst-
holten en gangen van ons huis raakten verstopt
met wat we niet zeiden – hoe het ons op onze trouwdag
verlegen had gemaakt, na al het lawaai opeens alleen
met elkaar te zijn, terug in mijn kleine, doodstille flat
en omringd door bloemen.
 

LAST WINTER

was not like last winter, we said, when winter
had ground its iron teeth in earnest: Belfast
colder than Moscow and a total lunar eclipse
hanging its Chinese lantern over the solstice.
Last winter we wore jackets into November
and lost our gloves, geraniums persisted,
our new pot-bellied stove sat unlit night 
after night and inside our lungs and throats,
embedded in our cells, viruses churned out
relaxed, unkillable replicas of themselves
in the friendlier temperatures. Our son
went under. We'd lie awake, not touching,
and listen to him cough. He couldn't walk
for weakness in the morning. Thoracic, 
the passages and hallways in our house
got stopped with what we would not say –
how, on our wedding day, we'd all-at-once
felt shy to be alone together, back
from the cacophony in my tiny, quiet flat
and surrounded by flowers. 
 
Close

VORIGE WINTER

was niet zoals vorige winter, zeiden we, toen de winter
pas echt met zijn ijzeren tanden had geknarst, toen Belfast
kouder was dan Moskou en de lampion van een volledige 
maansverduistering boven de zonnewende hing.
Vorige winter droegen we vestjes tot ver in november,
verloren onze handschoenen, geraniums hielden stand,
onze nieuwe potkachel hoefde avond aan avond niet
te worden aangestoken, en in onze longen, onze keel
en ingebed in onze cellen maakten virussen massa’s
ongemoeide en onverwoestbare kopieën van zichzelf, 
bij die gunstige temperatuur. Onze zoon
bezweek. We lagen wakker, raakten elkaar niet aan,
luisterden naar zijn gehoest. ’s Ochtends
was hij zo zwak dat hij niet kon lopen. De borst-
holten en gangen van ons huis raakten verstopt
met wat we niet zeiden – hoe het ons op onze trouwdag
verlegen had gemaakt, na al het lawaai opeens alleen
met elkaar te zijn, terug in mijn kleine, doodstille flat
en omringd door bloemen.
 

LAST WINTER

Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Prins Bernhard cultuurfonds
Lira fonds
Versopolis
J.E. Jurriaanse
Gefinancierd door de Europese Unie
Elise Mathilde Fonds
Stichting Verzameling van Wijngaarden-Boot
Veerhuis
VDM
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère