Poetry International Poetry International
Gedicht

Marion Poschmann

BASTARD

BASTARD

Swampland estates. Someone is hanging felt insoles
on the line in his glazed balcony. Wool drips.
Washing is fading in the wind. Someone snaps off a lilac-coloured lilac
in the city park and carries it to the bus. A utopian game.
The vestments of logos have been cast off, and bus upholstery has now
been clothed in the very best.

Logistical patterns, tsarist fabrics, diced and checkered world.
Concrete. Block. Two men are barbecuing at the edge of the car park,
the post office is selling instant soup, vegetable seeds, all this
is true. Confidence-building measures: front gardens are being
edged round with string. Café Marzipan
no longer exists.

Sand. Brick. Levelled city. Barred gates painted
pink and lilac, metallic rays of that sun of the East,
which still continues to rise. Landscape, o language panorama
of the logos creator. Landscape, bisected into obverse and reverse.
How space yields and entices things out: permanent forest. Open spaces.
Then and now.

BASTAARD

BASTAARD

Moerassige landerijen. Iemand hangt vilten inlegzolen
aan de waslijn op zijn balkon met glas. Wol druipt.
Wasgoed verwelkt in de wind. Iemand breekt lila seringen af
in het stadspark en draagt ze naar de bus. Een utopisch spel.
De gewaden van de Logos zijn afgelegd en de zittingen in de bus nu
het best gekleed.

Logistieke patronen, tsaristische stoffen, geruite wereld.
Blok. Blokken. Twee mannen grillen aan de rand van het parkeerterrein,
het postkantoor verkoopt pakjessoep, groentezaden, allemaal
waar. Vertrouwenwekkende maatregelen: voortuinen worden
met een touwtje afgebakend. Café Marzipan
bestaat niet meer.

Zand. Baksteen. Met de grond gelijkgemaakte stad. Roze en lila
geverfde traliepoorten, metalen stralen van de zon van het oosten
die almaar opgaat. Landschap, o taalpanorama
van de Logos creator. Landschap, gehalveerd, in voor- en achterkant.
Hoe de ruimte meegeeft en dingen tevoorschijn  lokt: permanent bos. Open terreinen.
Vroeger en nu.

BASTARD

Sumpfländereien. Jemand hängt filzene Einlegesohlen
in seinem verglasten Balkon an die Leine. Wolle tropft.
Wäsche verblüht im Wind. Jemand bricht fliederfarbenen Flieder
im Stadtpark und trägt ihn zum Bus. Ein utopisches Spiel.
Die Gewänder des Logos sind abgeworfen, und Buspolster jetzt
am besten gekleidet.

Logistische Muster, zaristische Stoffe, gewürfelte Welt.
Klotz. Block. Zwei Männer grillen am Parkplatzrand,
die Post verkauft Tütensuppen, Gemüsesamen, das alles
ist wahr. Vertrauensbildende Maßnahmen: Vorgärten werden
mit Bindfaden eingefaßt. Das Café Marzipan
gibt es nicht mehr.

Sand. Backstein. Eingeebnete Stadt. Rosa und fliederfarben
gestrichene Gittertore, Metallstrahlen jener Sonne des Ostens,
die immerzu aufgeht. Landschaft, o Sprachpanorama
des Logos creator. Landschaft, halbierte, in Vorder- und Rückseite.
Wie der Raum nachgibt und Dinge hervorlockt: Dauerwald. Freiflächen.
Vormals und jetzt.
Close

BASTAARD

BASTAARD

Moerassige landerijen. Iemand hangt vilten inlegzolen
aan de waslijn op zijn balkon met glas. Wol druipt.
Wasgoed verwelkt in de wind. Iemand breekt lila seringen af
in het stadspark en draagt ze naar de bus. Een utopisch spel.
De gewaden van de Logos zijn afgelegd en de zittingen in de bus nu
het best gekleed.

Logistieke patronen, tsaristische stoffen, geruite wereld.
Blok. Blokken. Twee mannen grillen aan de rand van het parkeerterrein,
het postkantoor verkoopt pakjessoep, groentezaden, allemaal
waar. Vertrouwenwekkende maatregelen: voortuinen worden
met een touwtje afgebakend. Café Marzipan
bestaat niet meer.

Zand. Baksteen. Met de grond gelijkgemaakte stad. Roze en lila
geverfde traliepoorten, metalen stralen van de zon van het oosten
die almaar opgaat. Landschap, o taalpanorama
van de Logos creator. Landschap, gehalveerd, in voor- en achterkant.
Hoe de ruimte meegeeft en dingen tevoorschijn  lokt: permanent bos. Open terreinen.
Vroeger en nu.

BASTARD

BASTARD

Swampland estates. Someone is hanging felt insoles
on the line in his glazed balcony. Wool drips.
Washing is fading in the wind. Someone snaps off a lilac-coloured lilac
in the city park and carries it to the bus. A utopian game.
The vestments of logos have been cast off, and bus upholstery has now
been clothed in the very best.

Logistical patterns, tsarist fabrics, diced and checkered world.
Concrete. Block. Two men are barbecuing at the edge of the car park,
the post office is selling instant soup, vegetable seeds, all this
is true. Confidence-building measures: front gardens are being
edged round with string. Café Marzipan
no longer exists.

Sand. Brick. Levelled city. Barred gates painted
pink and lilac, metallic rays of that sun of the East,
which still continues to rise. Landscape, o language panorama
of the logos creator. Landscape, bisected into obverse and reverse.
How space yields and entices things out: permanent forest. Open spaces.
Then and now.
Sponsors
Gemeente Rotterdam
Nederlands Letterenfonds
Stichting Van Beuningen Peterich-fonds
Ludo Pieters Gastschrijver Fonds
Hendrik Muller fonds
Lira fonds
J.E. Jurriaanse
Literature Translation Institute of Korea
Partners
LantarenVenster – Verhalenhuis Belvédère